David Colmer 
Translator

on Lyrikline: 19 poems translated

from: néerlandais, frison to: anglais

Original

Translation

ik was een bastaard

néerlandais | Asha Karami

ik lig op de bank
terwijl ik mee moet doen met de revolutie

open mij alsjeblieft beste
je bent een aardig persoon geweest

hebben de mensen dat gemerkt
en welke culturen zijn dan kwaadaardig

ik had me voorgenomen dat drie
van mijn vijf gezichten op elkaar zouden lijken

open mij nu
binnen zit de verrassing
 
goud in de natuur gevonden is altijd geel:
het is het contrast dat ons verbindt aan het verleden

ik heb hier een ingang gemaakt voor als je er nog in wilt

ik ga dood dat beloof ik
jij gaat dood dat beloof ik

© Asha Karami
from: Godface
Amsterdam : De Bezige Bij, 2019
Audio production: Nederlands Letterenfonds, 2020

i was a bastard

anglais

i’m lying on the couch
when i should be joining the revolution

open me please dear
you have been a nice person

have people even noticed
and exactly which cultures are malicious

i had resolved that three
of my five faces should resemble each other

open me now
the surprise is inside

gold as found in nature is always yellow:
it’s the contrast that ties us to the past

i’ve made an entrance here in case you still want to get in

i’m gonna die i promise
you’re gonna die i promise

Translated from the Dutch by David Colmer
First published on Poetry International, 2020

Ximending (aversie)

néerlandais | Asha Karami

inspiratieporno: kaviaar en keutels in de magnetron
kleur: anti-groen
of ozon
gevoelens, kuddes
zoals elektronica is alles onrechtvaardig
dit wordt een destructieve interventie genoemd.
soms komt de schade niet overeen met de toestand
hetzij op de eerste dag. oproerpolitie op pre-event-evenementen.
voorbeeld: als je tiramisu-ijs op je snor krijgt ruikt het naar overgeefsel.
of toeristische bestemmingen.
de relatie tussen rijkdom en eigendom. met andere woorden, de realiteit
deze relatie is niet gebaseerd op de filosofie van vandaag
net als de man met open mond
mensen kunnen geen criminelen worden genoemd, maar ze zijn lelijk.
ongestrafte foltering leidt tot samenwerking met anderen.
de zon weigert, het water te hoog en de kip te hard
regels zijn regels en gaan nooit viraal.
ik was dankbaar dat ik, toen ik thuiskwam, eenzaam was en alleen was
hey ga jij ook je bek spoelen en gezonder eten

© Asha Karami
from: Godface
Amsterdam: De Bezige Bij, 2019
Audio production: Nederlands Letterenfonds, 2020

Ximending (aversion)

anglais

inspiration porn: caviar and microwaved droppings
colour: antigreen
or ozone
feelings, herds
like electronics everything is unjust
this will be called a destructive intervention.
sometimes the damage doesn’t match the situation
unless on the first day. riot police at pre-event events.
e.g. if you get tiramisu ice-cream on your moustache it smells like
     vomit.
or tourist destinations.
the relationship between wealth and property. in other words,
     reality
this relationship is not based on today’s philosophy
like the man with his mouth hanging open
you can’t call people criminals, but they are ugly.
unpunished torture leads to collaboration with others.
the sun freezes, the water too high and the chicken too hard
rules are rules and never go viral.
i was grateful to arrive home lonely and alone
hey you gonna rinse your mouth out too and start eating healthy

Translated from the Dutch by David Colmer
First published on Poetry International, 2020

ANTON

néerlandais | Mustafa Stitou

Links een tenger en goudblond godinnetje
keurde me geen blik waardig.
Maar het deed me niets: sinds elf september
ligt een Arabier nu eenmaal slecht
                        in de markt. Rechts
een stelletje; zij, reuzin, pokdalige kop,
paarsfluwelen avondjurk, ik vond het
wel wat hebben. Dus toen haar vriend even verdween
raakten we in gesprek; ze werkte, vertelde ze,
voor een castingbureau; die middag had ze,
voor een nieuwe Nederlandse dramaserie,
                        NSB’ers gecast.
ach, mijn joodse verloofde en ik,
zienderogen worden we ouder en dikker samen,
scheppen steeds meer behagen in eten
en slapen. Toen haar vriend weer opdook
kuste hij haar blote schouder en keek mij
ondertussen strak aan. De slanke blondine
links van mij, zag ik nu, had op de achterkant van haar nek,
over de volle breedte, een tatoeage:
                        Anton
stond er,
in schoonschrift, tussen
twee hartjes in.

© 2003 Mustafa Stitou
from: Varkensroze ansichten
Amsterdam: De Bezige Bij, 2003
Audio production: Erik Menkveld / NLPVF, 2004

ANTON

anglais

Left, a slender gold-haired goddess –
she didn’t deign to notice me.
I brushed it off: since 9/11
there hasn’t been much call
                   for Arabs. Right,
a couple: her, outsized, pockmarked face,
a purple velvet evening dress – it had a certain
charm. So when the boyfriend went off somewhere,
we got to talking; she worked, she said,
in casting; she’d spent the afternoon
on a new Dutch mini-series,
                   casting local Nazis.
Ah, my Jewish fiancée and I,
you can see us growing older and fatter together,
delighting more and more in eating and
in sleeping. When the boyfriend came back,
he kissed her naked shoulder while staring hard
at me. The slim blonde on my left,
as I now noticed, had a tattoo
right across the back of her neck:
                   Anton*
it said,
in calligraphy,
between two hearts.

Translated by David Colmer
Translator's Note: * First name of the leader of the Dutch National Socialist Movement, A.A. Mussert (1894-1946)

MOEDERTAAL

néerlandais | Mustafa Stitou

krksh
   krksh
krkshkrksh
krksh
(Ooien, ooien komen jullie?)

(geiten, geiten komen jullie?)
gtshgtsh
gtshgtshgtshgtsh
   gtsh
gtshgtshgtshgtsh

(Kom je, koe?) haash
haashhaash
haash
haash

(Poes) bshbsh
   bshbsh
bsh
bshbshbsh

(Verlangde ze van de hond
laat los loop weg
snerpte ze)
è-dèb!
   è-dèb-èdèb!
è-dèb!

© 2003 Mustafa Stitou
from: Varkensroze ansichten
Amsterdam: De Bezige Bij, 2003
Audio production: Erik Menkveld / NLPVF, 2004

MOTHER TONGUE

anglais

Cr-ksh
   Cr-ksh
Cr-ksh cr-ksh
Cr-ksh
(Ewes, ewes, are you coming?)

(Goats, goats, are you coming?)
h-tch h-tch
h-tch h-tch h-tch h-tch
   h-tch
h-tch h-tch h-tch h-tch

(You coming, cow?) haash
haashhaash
haash
haash

(Cat) bshbsh
   bshbsh
bsh
bshbshbsh

(Wishing the dog
to drop it get lost
she shrieked)
eh-dep!
   eh-dep eh-dep!
eh-dep!

Translated by David Colmer

[Vrijen in een zomereik]

néerlandais | Mustafa Stitou

*
Vrijen in een zomereik,
een paar maal een paar seconden,
wegwervelen alweer terwijl zij zich uitschudt,
haar veren schikt.

Stammen bewandelen, omhoog,
omlaag, ondersteboven
aan twijgjes hangen,
in knoppen pikken,

op takken hippen. Rondscharrelen
in kruinen, onder struiken,
in een modderpoel.
Metselt mijn lief?

Ik breng haar donkere aarde.
Broedt zij? Ik voer haar
de tussen de bladeren
weggepikte rupsen.

O nimmer ten prooi aan aporieën,
fobieën, slopende almachts-
en onmachtsfantasieën, bedwelmende,
verslavende, verstikkende

eenzaamheid, het ontembare
dat mijn kaakbot wegvreet,
escapisme. Maar merels bevechten!
Een mees uitschelden!

Regen drinken, zingen
met een bek vol mieren,
een bek vol mieren. 
Niet minder duister

en lichtend dan die van jou,
holenbroeder, is de bron
waaraan ik ben ontsprongen!
Wat is dat voor hartverscheurend

zacht kabaal? In de nestkast
leren mijn jongen vliegen.
O een gezinsleven van
een week of zes dan hup

de kinderen verbannen.
(En vreemd gedrag vertonen soms,
uit het niets mijn uitwerpselen
uitsmeren over een dode tak.)

© Mustafa Stitou
from: Tempel
Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2013
Audio production: Literaturwerkstatt Berlin, 2015

[Making love in a summer oak]

anglais

Making love in a summer oak,
a couple of times a couple of seconds,
flurrying off while she shakes herself,
arranges her feathers.

Walking on trunks, going up,
going down, hanging off twigs
upside-down,
pecking buds,

hopping along branches. Scratching
around treetops, under bushes,
in a muddy puddle.
Is my darling nesting?

I bring her dark earth.
Is she brooding? I feed her
caterpillars picked out 
from between the leaves.

Oh, never falling prey to aporias,
phobias, crippling fantasies of
omnipotence and impotence, intoxicating
suffocating addictive

solitude, the susceptibility
that eats away at my jaw,
escapism. But battling blackbirds!
Cursing a sparrow!

Drinking rain, singing
with a beak full of ants,
a beak full of ants. Oh,
no darker or less

illuminating than yours,
hole-nester, is the spring
that gave rise to me!
What is that heart-rending

quiet hubbub? In the nesting box
my young are learning to fly.
Oh, some six weeks of family life
and then hup

banish those kids. (And display
some strange behaviour sometimes,
suddenly smearing my droppings out
over a dead branch.)

Translated by David Colmer

Orakel van een gevonden schoen

néerlandais | Mustafa Stitou

Maak afwezig de hysterische metropool,
stadsmens spoel je onderbuik
met bronwater schoon, wees toegeeflijk weet
betekenisloosheid heb ik nodig.

Stop met bemeesteren bepotel
het inwendige orgel, pers uit je brein
een gezicht tevoorschijn dat je nooit hebt gezien,
je bent een dromende foetus gebleven.

Ga liggen in het gras,
sta op, hak uit een rotswand kinderhand
of kathedraal.

Antwoord de paarden als ze vragen  
zul je werkelijk je geliefde verliezen
als je jezelf hervindt? 

Stadsmens ga liggen in het gras,
vind stil de god die zich in je verborgen houdt,
vang en ontkleed hem tot op zijn lege kern,
keer naar huis terug, richt een
maaltijd aan voor niemand in het bijzonder.

Of blijf kalm, blijf liggen,
wacht zonder te verwachten
totdat vergaat jouw naam
en de herinnering eraan.  

© Mustafa Stitou
from: Tempel
Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2013
Audio production: Literaturwerkstatt Berlin, 2015

ORACLE OF A FOUND SHOE

anglais

Distract the hysterical metropolis,
urbanite, rinse your gut
with spring water, be lenient know
meaninglessness is what I need.

Arrest your mastering grope
the internal harmonium, press a face
you have never seen before out of your brain,
you have remained a dreaming foetus.

Lie down in the grass,
stand up, hack an infant’s hand
or a cathedral out of a cliff.

Answer the horses when they ask
will you really lose your love
if you rediscover yourself? 

Urbanite, lie down in the grass,
quietly find the god concealed within you,
grasp him and strip him to his empty core,
then go back home, lay on a
meal for no one in particular.

Or stay calm, keep lying there,
wait without expectation
until your name has faded away
with the memories of it.

Translated by David Colmer

Lente

néerlandais | Mustafa Stitou

O plompe jongedame met quasi-
dromerige ogen en pronte uier,
toen u in de ban van de zon zojuist
de vreemdste sprongen maakte,

zo ontroerend door het dolle heen,
vertrapte u per ongeluk een
tureluurtje – snavel aan gruzelementen,  
ingewanden op verenkleed,

het vogeltje heeft ’t niet overleefd.
Maar ’t u wel, in een split second,
vergeven, het is dat u ’t weet.
Zoals u mij vergeeft, dame,     

dat ik op u neerstrijk nu
om een klein kwartiertje van
uw bloed te drinken. Of zoals ikzelf vergeef
de schuw flirtende boerendochter

die net naar me uithaalde ineens
terwijl ik aan het zonnen was, half
meeluisterend vanaf mijn lievelingspaal
naar de hakkelende boerenzoon

die haar probeerde te vragen samen
langs het water een wandeling te maken
maar steeds onherroepelijker in zijn
schaamte steken bleef.

© Mustafa Stitou
from: Tempel
Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2013
Audio production: Literaturwerkstatt Berlin, 2015

SPRING

anglais

Oh plump young lady with quasi-
dreamy eyes and a pert udder,
when you, enthralled by the sun,
just capered so comically,

so movingly beside yourself,
you accidentally squashed a
redshank – beak shattered,  
guts on its plumage,

the bird didn’t survive.
But it did, in a split second,
forgive you – just so you know.
As you too forgive me, my lady,     

for settling on you now
to drink of your blood
for ten or so minutes. Or as I too forgive
the shyly flirting farmgirl

who just took a swing at me
while I was sunbathing
on my favourite post, half
listening to the tongue-tied farmboy

trying to ask her to join him
for a walk around the lake
but trapped more and more irretrievably
in his embarrassment.

Translated by David Colmer

Wij zijn evenwijdig _ (excerpt_3) [Wat doen we met de vrouw...]

néerlandais | Maud Vanhauwaert

Wat doen we met de vrouw die plots haar
armen spreidde. Wilde ze me omhelzen
of wees ze twee richtingen aan _



Wat doen we met de schrijver die zijn boe-
ken niet uitgaf want 'zolang de vruchten
niet zijn gevallen, rotten ze niet'_



Wat doen we met de man op de brug. Hij
tuurt in de verte en zegt 'ik kan ervan
meespreken'_



Met de man die zichzelf met een das heeft
opgeknoopt. Plechtig en deftig. Met res-
pect voor de dood _



Met het zuiden, waar het verdriet niet echt
lijkt, met wolken ats verfrommelde pa-
pieren zakdoekjes, voor tuttebellen met
een moeilijk momentje.



De zonnebrillen very nice special price.
De sjaaltjes very nice special price en de
mannen op het strand die blinken als
hoogglansfolders _



Met het verkrachte meisje en de mensen
die zeggen 'zo mooi is ze toch niet'_



Wat doen we met de testikels van de kater
die nu rustiger is _



De verkoolde brommer en het slapeloze
kind dat plots weer in de living staat _



Wat doen we met zij die niets te vertellen
hebben en toch op het feestje zijn _



De vrouw die haar vetrollen toont en
zegt 'kijk, dit is mijn sloppenwijk'_



Wat doen we met de misselijke kleuter.
Hij is echt heel misselijk _



Wat doen we met de jongen die zijn vuis-
ten gebald houdt, alsof hij voortdurend
handremmen dichttrekt.



Wat doen we met zij die tralies omklem-
men, hun vuisten gespietst door de spij-
len. De wereld die, vanachter een hek, op
een affe puzzel lijkt _



Wat doen we met iemand die plots ach-
ter mij staat, haar handen over mijn ogen
legt en zegt 'je kent mij van
ergens en je mag kiezen van waar'_

© Maud Vanhauwaert
from: Wij zijn evenwijdig_ Raken elkaar in het oneindige_ En we rennen_
Amsterdam: Querido, 2014

We are parallel_ (excerpt) [What to do with]

anglais

What to do with the woman who suddenly
spread her arms. Did she want to hug me
or was she pointing in two directions _



What to do with the writer who hasn’t
published his books because ‘as long as
the fruit’s on the vine it won’t rot’ _



What to do with the man on the bridge. He
peers into the distance and says ‘tell me
about it’ _



With the man who strung himself up with
a tie. Fitting and solemn. Respectful
of death _



[...]






[...]






With the raped girl and the people
who say ‘she’s not even that pretty’ _



What to do with the testicles of the tomcat
that is much calmer now _
 


The burnt motorbike and the sleepless child
who’s suddenly reappeared in the living room _
 


What to do with the people with nothing to say
who have come to the party anyway _



The woman who exposes her rolls of fat
and says ‘look, these are my slums’ _



What to do with the queasy child.
He really does feel very sick _



[...]





[...]






What to do with the woman who pops up behind
me and says ‘you know me from somewhere
and you get to say where’ _

Translated by David Colmer

Wij zijn evenwijdig _ (excerpt_4) [Er komt een vrouw naar mij toe]

néerlandais | Maud Vanhauwaert

Er komt een vrouw naar mij toe. Ze zegt
'wij zijn evenwijdig, raken elkaar in het
oneindige, laten we rennen'.

                         Zullen we wachten? Zullen we wachten
                         tot de kinderen groot zijn en de aardbeien
                         rood, ze zijn te bleek nog, te klein, te hard.
                         Zullen we wachten tot de de avond valt
                         en de nacht waarover wij nog een keer
                         willen slapen.

Ze haakt haar arm in de mijne tot een lemniscaat.

                         Zullen we wachten op een eerste stap
                         zo reusachtig dat je makkelijk een tent
                         tussen onze benen spant
                         waarin nieuwe kinderen kamperen,
                         aardbeien rijpen en niemand nog buiten
                         de zomer kan_

En we rennen. Met onze armen
zwaaien wij een maat die bij ons past_

© Maud Vanhauwaert
from: Wij zijn evenwijdig_ Raken elkaar in het oneindige_ En we rennen_
Amsterdam: Querido, 2014
Audio production: Literaturwerkstatt Berlin, 2015

We are parallel_ (excerpt) [A woman comes up to me]

anglais

A woman comes up to me. She says
‘we are parallel, meeting at infinity,
let’s run’ _

                         Shall we wait? Shall we wait until
                         the children are big and the strawberries
                         red, they are too pale, too small, too hard.
                         Shall we wait until evening has come
                         and the night we still want to sleep on _

She hooks her arm through mine as an infinity symbol _

                         Shall we wait for a first step
                         so enormous you could pitch
                         a tent between our legs
                         where new children can camp,
                         strawberries can ripen and no one
                         can get around summer _

And we run. With our arms
we swing out a beat that suits us _

Translated by David Colmer

Wij zijn evenwijdig _ (excerpt_1) [Naast mij zit een vrouw]

néerlandais | Maud Vanhauwaert

Naast mij zit een vrouw. Ze weent en zegt
'excusez-moi'. Ik zeg 'ce n'est pas grave'. Zij
zegt 'si c'est grave, vous n'en savez rien'.
'Dat is waar' zeg ik 'ik weet er helemaal
niets van'. Ons gesprek is geen einde geen
begin. Zoals alles in een stad valt het er-
gens tussenin _



Er grolt een handtas, iedereen kijkt op.
Een vrouw ritst een hond tevoorschijn.
'Rustig maar, mama is hier'. Ze ritst nog
wat verder, rijdt in het vlees van de hond.
Hij jankt. 'Rustig maar' sist zij en de mas-
sa schreeuwt 'mama is hier' _



Op de schoot van de wenende vrouw ligt
een grote klomp deeg. Ze begint te kne-
den. 'Dat doe ik altijd als alles dreigt uit-
een te vallen. Hoe meer je kneedt hoe
beter het kleeft' _



Nog voor ze haar romp over de klomp
heen kan buigen, graaien vreemde handen
naar het deeg. Beringde handen, klamme
kinderhanden, gerimpelde handen, ook
de handen van een Chinees. Hij kneedt
niet, hij pulkt. De vrouw kletst hem vlak
in het gezicht.'Ik heb geen rimpels, het
zijn de kneepjes die het leven mij gaf' _



De vrouw naast mij weent niet meer. Het
deeg op haar schoot staat in pieken. Ik ver-
lies haar in de massa, de metro-massa, die,
zoals de zee pas breekt aan het oppervlak,
pas breekt en schuimt bovengronds _

© Maud Vanhauwaert
from: Wij zijn evenwijdig_ Raken elkaar in het oneindige_ En we rennen_
Amsterdam: Querido, 2014
Audio production: Literaturwerkstatt Berlin, 2015

We are parallel_ (excerpt_ 1) [The woman sitting next to me is crying]

anglais

The woman sitting next to me is crying
and says ‘excusez-moi.’ I say ‘ce n’est 
pas grave.’ She says ‘si c’est grave, 
vous n’en savez rien.’ ‘That’s true’ I 
say ‘I don’t know a thing about it.’ Our 
conversation is not a beginning, not an 
end. Like everything in a city it’s 
somewhere in the middle_



A handbag growls, everyone looks up. 
A woman zips a dog into view. ‘Shush 
now, Mummy’s here.’ She zips back, 
catches the dog’s skin. It yelps. 
‘Shush!’ she hisses and the crowd 
screams ‘Mummy’s here’_



The crying woman has a big lump of 
dough on her lap. She starts to knead it.
‘I always do this when everything’s in 
danger of falling apart. The more you 
knead, the better it sticks together’_



Even before she can bend over the 
lump, strange hands grab at the dough. 
Ringed hands, clammy children’s 
hands, wrinkled hands, the hands of a 
Chinese too. He doesn’t knead, he picks 
at it. The woman slaps him in the face. 
‘I don’t have any wrinkles, life’s just 
pinched my cheeks’_



The woman next to me has stopped 
crying. The dough on her lap is wispy. I 
lose her in the crowd, the metro crowd, 
that, just as the sea only breaks on the 
surface, only breaks and foams above 
ground_

Translated by David Colmer

[fjouwerjend kaam er út syn lêste dream...] (fy)

frison | Tsead Bruinja

fjouwerjend kaam er út syn lêste dream
as in roastige ridder op in wytferve hynder
mei in hurde kul en boadskip foar syn wiif
dat er fijn oer har fantasearre hie

sy wosk syn piipjende pak leafdefol yn in bad
mei cola massearre mei boarstels fan blein
har hurde hannen it wyt út syn wiid iepentearde hynstelea
holp him hymjend op it hynder en wiisde him it paad

syn skerpe bonken dy't ûnder de grouwe bealch
sawat troch it teare fel hinne stutsen rattelen as
in âld blikje skuonsmarsel mei in kniper yn it achtertsjel
tsjin de binnenkant fan it blinkjend poetste harnas

in ripe apel rôle yn `e tromp oer de mei spek beleine bôle
fan de iene nei de oare kant wie syn lâns glêd skjirre
de punten slipe hy sobbe om op it muntsje op syn tonge
en streake it sadel yn it fet

en ik woe oant de wjukken him brekke soenen
neat mear fan in wrâld om ús hinne fernimme
woe meirinne mei syn wyld giseljende mûnen

oan it gleone ein ta

© T.B. / Bornmeer
from: De wizers yn it read
Leeuwarden: Bornmeer, 2000
Audio production: NLPVF, 2005

[he galloped out of his final dream]

anglais

he galloped out of his final dream
like a rusty knight on a white-washed horse
with a rigid dick and tidings for his wife
of the joy he’d found in fantasies of her

lovingly she washed his screeching suit in a bath
of coke with whalebone brushes in callused hands
she massaged the white from his open stallion’s body
helped him panting onto his horse and showed him the way

his sharp bones almost poking through the frail skin
beneath his paunch rattling against the inside
of his gleaming suit of armour like a spoke-
driven peg on a shoe-polish tin

a ripe apple rolled in the box over the bacon sandwich
from one side to the other his lance was sanded smooth
the points sharp he sucked the peppermint on his tongue
and rubbed oil into his saddle

until the sails broke him I didn’t want to hear
a word about a world around us I wanted to walk
together with his fiercely spinning mills

until the hot horizon

Translated from the author’s Dutch translation by David Colmer

Verhuizen

néerlandais | Benno Barnard

De dozen voor chips en bananen
bevatten een bric-à-brac
van mensenheugenis:
stekkers, artefacten, grafgiften –
voorwerpen,

bij het op zolder versterven
geleidelijk cultisch geworden,
die nu worden meegenomen naar elders.
Gekerfde botten, beschilderde scherven
die onze vluchtigheid moeten beschermen
tegen almachtigen en de tellurische krachten.
We zijn jagers-verzamelaars.
We zijn aan de haal gegane Trojanen
met negen kelders.
   
Is dit een gedachte?
Maar geen gedachte of ze dobbelt
als gek op de kar die nu uit Klein-Azië weg-
hobbelt,
gevolgd door de rottweiler van de buren
en het bonkende lijk van een Hector.

Eén bord gaat naar de goden.
In zijn duistere doos
legt het houten alfabet een woord
onder de roos.

Waar een wil is, is het westen.

Pas als we tussen nieuwe muren
ons bed neerzetten, stopcontacten zoeken,
ons vergewissen van de onmetelijke
ruimten in de dozen met boeken,
kalmeren we tot hedendaagse mensen.

from: Het tongbotje
Amsterdam: Atlas, 2006
Audio production: Flemish Literature Fund, Antwerp, 2007.

Moving House

anglais

The boxes for chips and bananas
are packed with the bric-à-brac
of human memory:
plugs, artifacts, burial objects –
relics,

gradually grown cultic
from perishing in the attic,
and now being relocated.
Carved bones, painted shards
to protect our fleeting souls
from almighties and telluric forces.
We are hunters and gatherers.
We are fleeing Trojans,
nine cellars behind us.
   
Is that a thought?
But every thought is a frantic game
of dice on the cart now jolting
out of Asia Minor,
followed by the neighbor’s Rottweiler
and some Hector’s bouncing body.

One plate goes to the gods.
Inside a box – unseen, unheard –
the wooden alphabet
spells a word.

Where there’s a will, there’s the West.

It’s not until we arrange our bed
between new walls, locate power points,
and check that we can never gauge
the space in every box of books, that we
relax as people of the modern age.

Translated by David Colmer

Overspel

néerlandais | Benno Barnard

Wanneer ik tegen haar lieg,
hapt haar vleesetende mond
ieder woord als een vlieg
uit de lucht tussen ons –

ik ben bang voor het brons
van haar zwaard, de spanning
in haar boog, het grote atavisme
van de geofferde borst in dat woedende hoofd.

Ik hou van haar
zoals ze me niet gelooft.
 
Ik hou van haar vinger
die telkens weer binnendringt
in haar ring;
een nomen van acht letters zingt
in haar scrabbelende hersens
rond en rond:
het weigert zich neer te leggen.

Haar vingertop kietelt
het weke deel van mijn verbeelding,
wou ik zeggen.

Ik vroeg aan Plath
of ze in bed, in Ted
de uil dan wel de totempaal aanbad.
Ze vroeg in wie.
Ze hinnikte als een man in een nachtclub.

Een gouden kind helpt.
Een gouden kind helpt niet.

Er neukt een hoge nazi in de liefdespoëzie.

from: Het tongbotje
Amsterdam: Atlas, 2006
Audio production: Flemish Literature Fund, Antwerp, 2007.

Adultery

anglais

When I tell her my lies,
her carnivorous mouth
gobbles my words like flies
in the air between us –

I am afraid of the thrust
of her sword, the tension
in her bow, the giant atavism
of the sacrificed breast in that angry head.

I love her
the way she doesn’t believe me.
 
I love her finger
pushing again and again
into her ring;
an eight-letter word swings
round and round
the edge of her scrabble playing mind:
she just can’t place it.

Her fingertip tickles
the underbelly of my imagination,
and she can’t face it.

I asked Plath whether,
in bed, with Ted,
she worshipped the owl or the totem pole.
“With whom?” she said.
She brayed like a man in a nightclub.

A golden boy helps.
A golden boy doesn’t help.

In love poetry an eminent Nazi is fucking away.

Translated by David Colmer

Droom

néerlandais | Benno Barnard

We waren in ons oude huis, wij tweeën.
Achter de bossen stond Parijs te branden:
van een hecatombe van autobanden
zweefden de vlokken as over mijn hoofd

en door dat voorjaar naar een hoger noorden.
Weldra zou Praag vallen, wist ik, weldra
sprak ik mijn eerste dissidente woorden –
weldra zat ik in deze dode hoek

mijn blinde te scanderen. Plotseling
die vreemd klinkende stem boven uw boek:
‘Niets kun je voor me doen. Ga nu maar weg.’

De koekoekklok riep onomatopeeën
en u werd onverstaanbaar. O, toch noem ik
uw naam in het gebed dat ik niet opzeg.

from: Het tongbotje
Amsterdam: Atlas, 2006
Audio production: Flemish Literature Fund, Antwerp, 2007.

Dream

anglais

We were in our old house, the two of us.
Paris was burning in hundreds of fires:
ash from a hecatomb of  smoldering tires
came drifting over woods and overhead

and through that spring until a farther north.
For Prague would shortly fall, that much I knew.
Soon I would speak my first dissenting words –
soon I would sit unheard in this blind spot

to chant my epic poet. Suddenly
that unfamiliar voice above your book:
‘There’s nothing you can do. Just go away.’

The cuckoo clock calls onomatopoeias
and drowns you out. And yet, but still, I name
your name in all the prayers I never say.

Translated by David Colmer

De dichters

néerlandais | Benno Barnard

Wij,
blinde gluurders onder de petticoat
van het hemelruim,
dove filosofen die toegewijd krabben
op een viool,
levende deskundigen van onze dood –
we zijn gek van verlangen

naar jullie,

maar hebben niets anders dan onderrokschuim,
kattendarmkunst, zinloos gewag
van de grote mysteries
te bieden;
het ontbreekt ons verlangen aan een muziek
die alles vermag.

Vertelling, vertelling, zeuren jullie.

Dus wordt er liefgehad en doodgegaan.
Weet iemand een onmogelijke boog
te spannen, wreekt een ander
onder het mom van gekte
zijn verwekker; later in zijn leven
komt de derde voor een stervend paard te staan.

We hebben het uitgezongen tot nu,
want ondanks alles heeft de anekdote
het sublieme nodig, en het sublieme
de anekdote. Vergeef ons
ons ontroerend geknoei met dt’s en details.

In de hoop dat de wind zich vermengt met ons werk
schrijven wij onze verliefde gedichten

aan jullie.

from: Het tongbotje
Amsterdam: Atlas, 2006
Audio production: Flemish Literature Fund, Antwerp, 2007.

The Poets

anglais

We,
sightless voyeurs under the petticoats
of the heavens,
deaf philosophers scratching away
at violins,
living authorities on our death –
we are mad with desire

for you,

but have nothing but froth
under skirts, catgut art,
pointless evocations of great
mysteries;
our desire lacks an all-
encompassing music.

“Narrative! Narrative!” you cry.

And so there’s love and death:
someone strings an impossible bow;
another assumes the cloak of madness
to avenge his begetter,
in middle age the third looks up
in the old chaos of the sun.

We’ve held out up till now,
because, despite it all, the anecdote
needs the sublime and the sublime,
the anecdote. Forgive us our pitiful
fiddling with commas and colons.

In the hope that the wind will blow through our work
we write our lovesick poems

to you.

Translated by David Colmer

GERS DAT ALFÊST LAKET (fy)

frison | Tsead Bruinja

elk wurd dat ik by dy dellis
oan `e grûn en foar dyn fuotten
is in wurd tefolle

it kâlde gers derûnder
krekt meand krekt wiet
fan de moanne
it leit in dei

no wachtsje op de sinne
en hân foar de mûle
en hân foar de grap

wachtsje op hoe’t

krekt meand gers
                 laket

sjocht my oan
kom oerein
                  laket laket laket

elk wurd
      wier wurd laket
laket
      bliid

as in bêd dat noch net op
makke is

laket
      krekt
meand en glêd

krekt meand en bliid
laket it gers  mei de hân
            op de mûle

en elk wurd dat ik skylk skynber sêft
by dy dellis op it nije gers en foar dyn djoere fuotten
is in wurd tefolle dat laket en laitsje sil

© T.B. / Contact & Bornmeer
from: Droom in blauwe regenjas / Dream yn blauwe reinjas.
(Collected by Hein Jaap Hilarides and Tsead Bruinja)
Amsterdam & Leeuwarden : Contact & Bornmeer, 2004
Audio production: NLPVF, 2005

GRASS THAT’S ALREADY LAUGHING

anglais

each word I lay down before you
on the ground and at your feet
is a word too many

the cold grass beneath
fresh mown just wet
by the moon
it lies a day

now waiting for the sun
a hand covering its mouth
a hand hiding the joke

waiting for how

fresh mown grass
                laughs

looks at me
sits up
         laughs laughs laughs

each word
      true word laughs
laughs
      in delight

like a bed you have to
make

laughs
       fresh
mown and smooth

fresh mown and glad
the grass laughs    with a hand
              over its mouth

and each word I later apparently gently
lay down before you on the new grass at your precious feet
is a word too many that laughs and will laugh

Translated by David Colmer from the poet’s Dutch translation

Een kus in Brussel

néerlandais | Benno Barnard

Hier staan we te verstijven in een park.
Een kus voorkomt dat men mijn adem ziet,
mijn hand blijft steken in een teer gebaar.
Ik wil je loslaten, maar kan het niet:
mijn vingers zijn de feiten in je haar.
Wij zijn in het Ter Kameren van een seconde
koude geliefden, die met maartse monden
elkaar een kus geven als een citaat.

from: Het tongbotje
Amsterdam: Atlas, 2006
Audio production: Flemish Literature Fund, Antwerp, 2007.

A Kiss in Brussels

anglais

We stand here freezing in our winter coats,
a kiss prevents my breath from showing white,
my hand slows to a halt in mid caress,
I want to let you go, but not tonight –
my fingers in your hair, the evidence.
Here for a second in this city park,
we’re two cold lovers mouthing March,
who kiss as though exchanging quotes.

Translated by David Colmer

BRÊGEMAN (fy)

frison | Tsead Bruinja

wyldfrjemd wie sy net dy’t my it nijs brocht
fan dyn oankommend ferstjerren ik tocht
dan sil ik sjonge sjonge om wat
ik noch fan dy wit foar de helsdoarren

wei te skuorren krij ik it ferjitboek
op skoat en begjin út dit deade skrift
dat ik net machtiger bin as
hokker taal ek dy op te fiskjen

sasto my besochtst út in wek
ûnder in brêge te lûken en
sels yn panyk wiet pak hellest sa
sil dit liet my net mije kinne

kom heit byn my de houtsjes ûnder
ik haw de krappe jongeslearskes hast oan
kom byn my de houtsjes ûnder
it iis is tin as dyn wurge antlit
út wetterige eagen stoarrest my oan
kom noch ien kear út dyn tsjûk wollen grêf
en byn my de houtsjes ûnder
it wetter sil ús op him fleanen sjen

sa brocht mem ús bliid oan de wâlskant
dêr’t ús earste reis begûn mei har
yn ús gedachten oer trochsichtich swart
oer pas op sjoch stroffeltûken en

beferzen bleien vissticks grapke
ik besocht it iis te brekken mei
bernehumor mei bernehannen
mar do wiest by dyn wiif siik thús

en hast yn it berteplak de lannen
dêr’t troch wite wintertekken grien gers
bedimme waard grien gers dat foarhinne
dyn sachte soallen koe fuotten dy’t no

sûnder faam iensum mei my oer tryst wetter jagen
as gjin oar better noch as mem
koenen dizze sleatsjes en greiden dy
dit doarp mei it tsjerkhôf fol kunde

de gouden hoanne de spitse tsjerketoer
deun by it hûs de pleats dêrsto
dysels it stjoeren it drummen leardest
dêr’t jim heit dy galoppearjen seach

it sadel in neaken hynsterêch
ier gie de skeppe foar him de grûn yn
dy’t my trijerisom syn namme liende
doe’t ik noch gjin heit hjitte koe

kom byn my de houtsjes ûnder
ik haw de krappe griene jongeslearskes oan
byn my de houtsjes ûnder
it iis is tin as de tydlike ôfstân tusken ús
no’t ik oer de grinzen hinne dy droech oansjen kin
moatst my noch ien kear de houtsjes ûnderbine
of klim noch ien kear yn `e pinne
en lit it papier ús oer it iis fleanen
jagen janken sjen

fertel noch ris hoest de learaar
muzyk dy’t dy mei de kaaien lef
om `e earen reage rjocht
yn `e sek wâdest flaufallen sabeare

ferrektest it sorry te sizzen
tsjin direkteuren bleaust koart foar de kop
thús dêrst tusken it krûme en it rjochte
dyn eigen djippe paad fan begrutsjen eidest

swier as stien lei it brek oan ferjeffenis
yn `e búk doest it krús net mear
om `e nekke ha koest en jim mem
gjin himels hûs mear hie om op dy te wachtsjen

byn my de houtsjes ûnder heit
dizze wrâld is de echte
tusken my en har wiesto de brêgeman
no is it slim simmer lizze de houtsjes
yn it fet yn `e kelder
foar ús dânsje skriuwerkes op it wetter
it wetter is as in blau laai
sa skjin sa tsjuster

© T.B. / Bornmeer
from: De man dy’t rinne moat
Leeuwarden: Bornmeer, 2001
Audio production: NLPVF, 2005

BRIDGEMASTER

anglais

no total stranger she who brought the news
of your impending death I thought
I’ll sing then sing to salvage all
the things I know as yours before
  
the gates of hell I take the book
of forgetting on my lap and start
to fish you up from this dead script
more foreign still than any tongue
  
just like the time you tried to pull me out
of a hole in the ice under a bridge
panicked and ended in the drink yourself
I can’t escape this song
  
come father strap my skates on now
I’ve almost got my boyhood wellies on
come strap my skates on now
the ice is thin like your exhausted face
you stare at me through watering eyes
rise up from that thick woollen grave
and strap on my skates
the water will see us fly above it

  
mother brought us happy to the shore
where our first trip began with her
in our thoughts over transparent black
over careful watch out snags sticking up
  
frozen bream fish fingers I joked
trying to break the ice with
childish humour with childish hands
but you were with your wife sick at home
  
and almost in your place of birth the farms
blanketed winter-white over dumbstruck
grass green grass which once had known
the soft soles of the feet that now
  
alone with me without a girl raced over sad water
better than anyone else even mother
these ditches and fields knew you
this village with its churchyard full of familiar faces
  
the golden cock the sharp steeple
close to the farm where you
taught yourself shortwave and snare drum
where your father saw you galloping
 
no saddle bareback on the horse
the spade cut the ground early for him
who leant me his name three times
when I was too young to be called a father
  
come and strap on my skates
I’ve got the tight green wellies on
strap on my skates
the ice is thin as the temporary distance between us
now that I can look at you dry-eyed across the line
strap my skates on one last time
or climb once more into the pen
and let the paper see us flying racing
howling over ice

  
tell me again about the time you kicked
your music teacher who’d hit you hard
and gutless on the ear with a bunch of keys
right between the legs a so-called fainting fit
  
refused point-blank to apologise
authorities always pissed you off
at home where between the crooked and the straight
you ploughed your own deep path of pity
  
heavy as stone the lack of forgiveness balled
in your gut when you couldn’t wear the cross
round your neck and your mother no longer
had a heavenly home to wait for you in
  
strap on my skates father
this world is what’s real
between her and me you were the bridgemaster
summer has set in now my skates
are greased in the cellar
before us whirligig beetles dance on the water
the water is blue like slate
so beautiful so dark

Translated by David Colmer from the poet’s Dutch translation

Aubade

néerlandais | Benno Barnard

Voor Piet Piryns

We praten tot we blauw zien van de ochtend.
De kroeg is draaierig van de sigaretten.
Een vaatdoek hangt over de tapkraan te slapen.
‘Als ik wist wie ik was, was ik een ander.’

We wandelen kaarsrecht naar de toiletten.
Ah, l’orgasme du pauvre… Het water zwijgt.
De voordeur staat te geeuwen van de krant.
Een derde man ligt de dood na te apen.

O, het krankzinnige schrikbewind van de vriendschap!
Weinigen durven te spreken tegen de hemel,
velen zullen de mus wel zien vallen en haar niet vangen
(maar mogelijk de barmeid met de kuiltjes in haar wangen).
Wij zetten het mes in de wind die haar optilt!

En nu we toch niets doen, drinken we holle glazen op onze moeders,
die we dieper en dieper begraven in de ijzeren anekdote van onze jeugd,
en herinneren ons glimlachend dat ijdele verlangen naar een zuiden
onder de zilveren wolken, van deze dampende landen de iconostase…
En op onze vaders, zoveel vermoorder dan hoefde!

‘Ik heb een boek geschreven, maar het niet gelezen.’
‘Niemand heeft ons verteld wie wij waren.’
We schrapen de rest van ons hart leeg.
We murmureren als joden.

De dag is wit als deeg.
Ik kijk met mijn bijtende ogen
op het grote horloge van de goden,
dat tussen gerafelde wolken hangt:

het is drieduizend jaar in Europa.

from: Het tongbotje
Amsterdam: Atlas, 2006
Audio production: Flemish Literature Fund, Antwerp, 2007.

Aubade

anglais

For Piet Piryns

We talk until we see the morning double.
The bar is spinning from the cigarettes.
A dishcloth on the tap is wrung and sleepy.
‘If I knew who I was, I wouldn’t be me.’

We make our way with straight backs to the toilet.
Ah, l’orgasme du pauvre… The river runs dry.
The front door yawns about the morning paper.
Another man’s impersonating death.

Ah, friendship’s demented reign of terror!
Few dare to raise their voice against the heavens,
many will see the sparrow fall and not reach out their arms
(although the barmaid with the dimples has her charms).
We’ll take our knives to the wind that blows her any harm!

And now we’ve nothing else to do, let’s raise a hollow glass to the mothers
we bury deeper and deeper in the iron anecdotes of childhood,
remembering with a smile that wasted longing for a South
beneath the silver clouds, iconostasis of these steaming lands…
And to our fathers, murdered so much more than necessary!

‘I’ve written a book, but I haven’t read it.’
‘No one told us who we were.’
We scrape our hearts out till they’re empty.
We mumble like Jews.

The day is white as dough.
I stare with stinging eyes
at the gods’ gold watch,
hung between the fraying clouds:

the time is three thousand years in Europe.

Translated by David Colmer