Francis R. Jones 
Translator

on Lyrikline: 20 poems translated

from: neerlandés, español, ruso to: inglés

Original

Translation

[Een man eet een appel in het park...]

neerlandés | Erik Lindner

Een man eet een appel in het park
en de bomen buigen om hem heen
het gras is uit de stammen gelopen
het verdringt zich rond zijn voeten
de vijver duwt planten op de oever
de man neemt een hap uit de appel
en laat die op zijn tong kantelen
zuigt het vocht eruit en vermaalt
de vijver krimpt achter de struiken
takken wijzen uit de bomen omhoog
een dier klimt tegen een stam op
en springt en sprint door het veld
voorbij het groen aan de straatkant
terug de vijver langs de struiken door
naar een man die zijn handen vouwt
op het veld in de verte in een park.

© Erik Lindner
from: Tafel
Amsterdam: De Bezige Bij, 2004
Audio production: Literaturwerkstatt Berlin, 2014

[A man is eating an apple in the park]

inglés

A man is eating an apple in the park

and the trees bow down around him

the grass has run out of the treetrunks

and is jostling round his feet

the pond is pushing plants to the bank

the man takes a bite of the apple

and lets it tip across his tongue

sucks out the juice and crushes

the pond shrinks behind the bushes

branches point upwards out of the trees

an animal climbs up a trunk

and leaps and sprints across the grass

along the green beside the street

back to the pond and past the bushes

to a man who’s folding his arms

on the grass in the distance in a park

Translated by Francis R. Jones

[Als ik niet meer uit mijn woorden kom]

neerlandés | Erik Lindner

Als ik niet meer uit mijn woorden kom

of zijn stem die ze ontkracht, klinkt, is
het kind geknipt

voor de spreiding van haar lokken

weet dan
dat zelden

een hand duwt en ophoudt.

© Erik Lindner
from: Tong en trede
Amsterdam: De Bezige Bij, 2000
Audio production: Literaturwerkstatt Berlin, 2014

[If I'm lost for words]

inglés

If I’m lost for words,

 

or his voice that blocks them rings out,

the child’s hair is cut

 

before the spreading of her tresses,

 

then know                                                                                                                                   

that a hand

 

rarely just pushes and stops.

translated in English by Francis R. Jones

Rede

neerlandés | Erik Lindner

Trek niet in twijfel dat rede,
dat rede, dat rede, dat rede.
Een vlieg loopt van de rand
naar het midden van het tafelblad
en weer terug, volgt enkele centimeters
van de zijde, steekt de leegheid
van het vaalwit weer in, probeert opnieuw
wat ik niet weet en vliegt dan op.

© Erik Lindner
from: Tramontane
Amsterdam: Perdu, 1996
Audio production: Literaturwerkstatt Berlin, 2014

Reason

inglés

Don't start doubting reason,

reason, reason, reason.

A fly walks from the rim                                              

to the middle of the table-top

and back again, follows the edge

for a few inches, re-enters the void

of the off-white, tries again

I don’t know what, then flies away.

Translated by Francis R. Jones

Legitimaties

neerlandés | Erik Lindner

1. Waar het om gaat is niets dan dat het ergens klopt,
de mogelijkheid een onderdeel te zijn, te behoren
tot een gezelschap, een verzameling. Mensen
die zich omkleden tussen de lage heggen
bij het prikkeldraad aan de duinrand.

Speelkaarten vallen op een handdoek in het zand,
het proviand onder lappen in een rieten mand,
een ingegraven fles van het destilleerbedrijf
waar een van ons die dag heeft gewerkt.
We rennen als iedereen naar de zee

en weer terug, slaan schoenen uit op het voetpad,
omhelzen wat in elk gesprek achterwege blijft
bij het afscheid en weten ons troosteloos als
in een tram de bestuurder zijn haltes
afroept tegen zijn enige passagier.

© Erik Lindner
Audio production: Literaturwerkstatt Berlin, 2014

Tokens of identity

inglés

1.

All that matters is that things should make a sort of sense,

the chance to be part of a whole, to belong to a group,

a collective. People getting changed between

the low hedges by the barbed

wire round the dunes.

 

Playing-cards drop on an outspread towel, the picnic

under cloth in a wicker basket, sand heaped

over a bottle from the distillery where

one of us has worked that day. Like

everyone else we run to the sea

 

and back again, tap sand out of our shoes on the path,

embracing the unspoken in every conversation

when we say goodbye and feeling empty

in a tram as the driver announces

the stops to his only passenger.

Translated by Francis R. Jones

Ostende

neerlandés | Erik Lindner

1.

Een bot ligt in het zand
van een eiland dat niet stilstaat

vast is de vorm
de geschiedenis van de wind
het stuwen van merg en steen

de wind raakt zoek op zee
geen golf heeft dezelfde afmeting

zand kleurt rood in de zon
op de renbaan waar stof opwaait
en de hoeven dezelfde ritmes slaan
de hoeven het zand in stukken slaan

over een eiland loopt de wind
en bewerkt er zijn eerdere afdrukken
het mergsteen van het strand
de renbaan aan de kust
de regen in de zee.


2.

De zee heeft de omvang van de wind
en stroomt over op het mergsteen
door de wind bewerkt voor de zee

een strandloper loopt langs de wind
en telt met zijn stappen
de losse delen van het zand
en de losgewaaide koppen van de zee
en de losgekomen vlokken van de wind

rollende kruipende schuivende stukken
van een eiland dat voor even stilstaat
op de rand van de zee

hoeven vergruizelen het steen
de zee draagt het bot naar de kant
het zand koelt af in de wind

schuimvlokken meten de omvang
van een eiland dat tijdelijk ontstaat
onder de voetstap van een strandloper

buiten de wind boven de zee.

© Erik Lindner
from: Tafel
De Bezige Bij, 2004
Audio production: Literaturwerkstatt Berlin, 2014

Ostend

inglés

1.        Ostend

 

1. A bone lies in the sand

of an island that won't stay still

 

fixed is the form

the history of the wind

the drift of core and stone

 

the wind gets lost at sea

no wave has the same dimensions

 

sand blushes red in the sun

on the racecourse where dust billows

and the hooves beat the same rhythms

the hooves beat the sand to smithereens

 

the wind runs across an island

where it reworks its former imprints

the corestone of the beach

the racecourse by the coast

the rain in the sea.

 

 

2. The sea is the size of the wind

it flows over the corestone

reshaped by the wind for the sea

 

a sandpiper runs along the wind

and counts with its steps                                                                                                            

 

the free patches of sand

and the crests of sea blowing free

and the clumps of wind tumbling free

 

rolling creeping sliding pieces 

of an island that briefly halts                                                                                                      

at the edge of the sea

 

hooves pound down the stone

the sea carries the bone ashore

the sand cools in the wind

 

clumps of foam measure the size                                                                                              

of an island appearing for a little while

under a sandpiper’s footsteps

 

beyond the wind above the sea.

Translated by Francis R. Jones

[Als ik naar zee loop]

neerlandés | Erik Lindner

Als ik naar zee loop
kan ik twee kanten op

- uiteinden van een regel
leest ze langs haar wijsvinger mee
zie je, er staat best wel wat er staat

twee vingers en een duim strijken
als ik naar zee loop

het bergje in de handpalm
vingertoppen die zout afnemen
het net aangebraden vlees insmeren

ik moet het in de hand houden
als het uit een potje komt
kan ik het niet voelen

wijst ze de leesrichting
prikt in het vlees

als ik naar zee loop
kan ik twee kanten op
strijken mijn vingers

zeef ik de zee

© Erik Lindner
Audio production: Literaturwerkstatt Berlin, 2014

[When I walk towards the sea]

inglés

When I walk towards the sea

I can go two ways

 

– ends of a line

traced by her index finger as she reads

 

a thumb and two fingers skim

as I walk towards the sea

 

the hillock in her palm

fingertips which pick up grains

rubbing into the meat just browned

 

I need to keep it in hand

if it’s straight out of the jar

I can't feel it

 

she points which way to read

pricks the meat

 

when I walk towards the sea

I can go two ways

my fingers skim

 

I sift the sea.

Translated by Francis R. Jones

[De zee is paars bij Piraeus]

neerlandés | Erik Lindner

De zee is paars bij Piraeus.

Een vlag kruipt uit de klokkentoren
als de wind draait.

Een man stapt over een hond.
Een vrouw wrijft gebogen over haar ooglid.

In een parapluwinkel valt een paraplu van de toonbank.

Op een smalle tak zit een duif
die erafvalt, fladdert en opnieuw gaat zitten
de bes die te ver op het uiteinde van de twijg hangt
de tak die doorbuigt, de kraag die opbolt als de duif verschuift.

Een meisje stapt in de metro met een bureaula.

Op het dikke zand aan de branding
schuift een visser horizontaal zijn hengel uit
een fiets staat naast hem op de standaard.

Hij staat wijdbeens alsof hij plast.
Vogelpootafdrukken in het zand.
De hengel kromt boven de zee.

© Erik Lindner
Audio production: Literaturwerkstatt Berlin, 2014

[The sea is purple at Piraeus...]

inglés

The sea is purple at Piraeus.

A flag creeps out of the campanile
when the wind turns.

A man steps over a dog.
A woman stoops to rub her eyelid.

In an umbrella shop an umbrella falls off the counter.

A pigeon perching on a narrow branch
falls off, flutters, and settles again.
The berry out of reach at the end of the twig.
The branch that bends, the ruff that bulges when the pigeon shuffles along.

A girl gets on the metro with a desk drawer.

On the thick sand by the breakers
an angler slides his rod out horizontally
a bike beside him on its kickstand.

He stands with legs apart as if he’s peeing.
Birds’ footprints in the sand.
The rod arches over the sea.

Translated by Francis R. Jones

[Er loopt een trap de zee in]

neerlandés | Erik Lindner

Er loopt een trap de zee in
een golf slaat over een trede

een schip dat aan zijn kettingen trekt
zijn romp uitzet

een chauffeur opent het portier van de rijdende auto
en spuugt de betelnoot op de wegglijdende grond

een rollende sigaret spuwt vonken in het rond

bladeren kletteren tegen de passerende wagon
een man houdt in de metro zijn helm op

er is de regen die het vuur dooft

er is een hond die over twee schapen waakt
het veld langs draaft

een trap aflopen

je afzetten op een tree.

© Erik Lindner
from: Terrein
De Bezige Bij, 2010
Audio production: Literaturwerkstatt Berlin, 2014

[A stairway leads into the sea]

inglés

A stairway leads into the sea
a wave breaks across a step

a ship pulling against its chains
its hull bulging

a driver opens the door of the moving car
and spits the betelnut onto the receding ground

a rolling cigarette sprays a circle of sparks

leaves patter against the passing carriage
on the metro a man’s still wearing his helmet

there's the rain that’s putting out the fire

there’s a dog guarding two sheep
and trotting up and down the field

walk down a stairway
 
push off from a step.

Translated by Francis R. Jones

[Tot een wiek van de molen losdraait]

neerlandés | Erik Lindner

Tot een wiek van de molen losdraait
Ivens wacht op een stoel op de wind

tot de punt van een duinpan verkruimelt
op de wind op een stoel wacht Ivens

tot de trein in een rookpluim oplost
Ivens op een stoel wacht op de wind

tot het stof zijn ogen doet tranen
wacht op een stoel op de wind Ivens

tot het zweet op zijn kin opdroogt
op een stoel wacht Ivens op de wind

tot de baarden van kamelen wapperen
tot korrels als vlooien op de vlucht slaan

tot een slinger in een vliegertouw vastraakt
tot zijn wandelstok als golfclub omverslaat

tot het zand borrelt als schuim in de branding
tot het deksel van zijn koffer opengaat

op een stoel op de bergtop wijst Ivens
daar slaapt de wind in een hol in de woestijn.

© Erik Lindner
from: Trompet in de branding
SLIB-reeks, CBK Zeeland, 2013
Audio production: Literaturwerkstatt Berlin, 2014

Ivens and the wind

inglés

Till the windmill’s sail spins free

Ivens waits on a chair for the wind

 

till the tip of a dune scarp crumbles

on a chair waits Ivens for the wind

 

till the train dissolves in a plume of smoke

Ivens on a chair waits for the wind

 

till the dust brings tears to his eyes

on a chair Ivens waits for the wind

 

till the sweat on his chin dries out

Ivens waits for the wind on a chair

 

till the beards of the camels flutter

till the grains skedaddle like fleas

 

till a pennant’s caught in a kite-string

till his walking-stick swings like a golf-club

 

till the sand seethes like foam on breakers

till his suitcase lid flies open

 

on a chair on the hilltop Ivens points to where

the wind lies asleep in a cave in the desert.

Translated by Francis R. Jones

18 september 1994

neerlandés | Erik Lindner

1. Alles wat ontstaan is kan verdwijnen.

Hoe op een hete dag een lange bank
schaduw ontvangt van zeven olijfbomen.
Hoe het zitvlak verklamt in aanraking
met het massief en eeuwenoud steen.

Hoe de tramontane de zeespiegel breekt
en door indringend licht van een lome zon
het wateroppervlak oppikt en ronddraait
in orkanen geel, blauw, oker, zand, water.

Hoogtevrees kan oplossen, richtingloos.

Zwaluwen die als vleermuizen duiken
langs de stijle rotswand achter de bank
waar het pad drie baaien doorslingert
maar nog slechts naar Frankrijk wijst.


2. Niets sterft vrijwillig in Port Bou.

Het meisje uit Aragon op het strand
doet haar rok uit en loopt antilopig
door de branding terwijl haar leren tas
een schrijfmap bewaart met ijzerwerk.
Ze is hier alleen voor deze zondag
die gelijk een naamloze geschiedenis is.

Een lege sokkel op een stalen plateau.
De voortuin van een verlaten douanepost.
Een rots die haast wegglijdt in de zee.
Geef het daar kleurenblind benamingen
spel van tramontane, wind met kracht
van hoge bergen, doet rillen in de zon.


3. Alles wat ontstaan is kan verdwijnen.

Het vrijelijk verstrekken van penicilline
en morfine. In de oude pensionkamer
staan twee bedden tussen een muur
van ziekte. Jij en ik, wie is mannelijk?

Wat is mannelijkheid? Het schrapen
van een mesje over de ontstoken keel,
hoe het voelt te worden geschoren
de laatste keer, voor een feest waar

je niet meer bij zal zijn. Of hoe
een kind lachend zand gooit
naar de zon. Vallen en pas
schaamte bij het opstaan.


4. Ook wat niet ontstaan is kan verdwijnen.

Zand, wortels, helmgras, sporen die hier
nimmer liepen. De inwoners die de reiziger
nastaren maar zijn signalement niet geven.
Hun gang nog verstoord na het bouwen

van een monument. Nu, als de tramontane
aan je lichaam likt en jou en je bril oppikt,
die meevoert. Waar de passage het kerkhof
brengt tot aan de afgrond boven de branding.

Daaromtrent kan enkel een bijziende vinden.
Hoe het hier komt? Vijftig jaar geleden. Zo-
iets vergeten is barbaars. Zelfs de verminking
van een kunstwerk is een uiting van cultuur.

Dit deed ik. Gewetenloos. Vandaag. Datum.

© Erik Lindner
from: Tramontane
Perdu, 1996
Audio production: Literaturwerkstatt Berlin, 2014

18 September 1994

inglés

[1]

 

All that came to be can disappear.

 

How a long bench on a hot day

takes shade from seven olive trees.

How your bottom feels numb

at the touch of solid, age-old stone.

 

How the tramontana breaks the sea to waves

and with the piercing light of a sleepy sun

picks up the water’s surface and swirls it

in hurricanes of yellow, blue, ochre, sand, water.

 

Fear of heights can dissolve, directionless.

 

Swallows which dive like bats along

the steep rock-face behind the bench

where the footpath snakes through three bays

but now points only to France.

 

 

[2]

 

Nothing chooses to die in Port Bou.

 

The girl from Aragon on the beach

takes off her skirt and strides antelope-like

through the surf while her leather bag

keeps a writing-case of card and steel.

She’s here only for this Sunday

which is a sort of nameless history.

 

An empty socket on a steel baseplate.

The front garden of an abandoned customs post.

A boulder almost sliding into the sea.

Give it labels colour-blind there

play of tramontana, wind with the strength

of high mountains, makes you shiver in the sun.

 

 

[3]

 

All that came to be can disappear.

 

Selling penicillin and morphine

over the counter. In the old guesthouse

room, two beds stand between a wall

of illness. You and I, who is masculine?

 

What is masculinity? The scrape

of a blade over the inflamed throat,

how it feels to be shaved

the last time, for a party

 

you won’t be going to. Or how

a child laughs and throws sand

at the sun. Falling and only

ashamed when you get to your feet.

 

 

[4]

 

What didn’t come to be can also disappear.

 

Sand, roots, marram grass, footprints which

never went here. The locals who stare after

the traveller but give no description.

Their passing still disrupted after a monument

 

was built. Now, as the tramontana licks at

your body and lifts you up and your spectacles too,

sweeps them along. Where the passageway leads

the churchyard to the abyss above the breakers.

 

Only the short-sighted can find out about this.

How it came to be here. Fifty years ago. For-

getting such things is barbarism. Even vandalising

an artwork is an expression of culture.

 

I did it. With no scruples. Today. Date.

Translated by Francis R. Jones

Eiland

neerlandés | Erik Lindner

Er staat een vrouw
voor het raam.
Ze kijkt naar buiten.
Ze kijkt
wie er is.

De boot naar een ander land? -
vaart niet meer. Een eiland nog,
vereenzaamd. Ze eet niet meer. Drinkt
niet. Slaapt in een witte nachtpon.

Op een platform onder Majakovski's gezicht
– dat spijkerbroeken aanprijst, a bit too baggy –
wachten, alsof we denken. Aan een huis.

Met voor het raam
een vrouw.
Haar gezicht bleek
tussen het ongekamde haar.

Dank je zeggen, verdomme, en please
en elk verzoek vriendelijk, vriendelijk.

Ik heb aangebeld, op de deur gebonsd
een aantal maal haar naam geroepen.

Dan staat er voor het raam een
vrouw.
Het is mijn moeder.

Ze zegt: ik ben jouw moeder.
Denk niet na, alle schepen die zijn verbrand.

© Erik Lindner
from: Tramontane
Perdu, 1996
Audio production: Literaturwerkstatt Berlin, 2014

Island

inglés

A woman is standing

at the window.

She’s looking outside.

She’s looking to see

who’s there.

 

The boat to another land?

Service suspended. Still an island,

isolated. She has stopped eating. Doesn't

drink. Sleeps in a white nightie.

 

On a platform under Mayakovsky’s face

– which praises jeans, a bit too baggy

waiting, as if we’re thinking. Beside a house.

 

With a woman

at the window

Her face pale

behind the unkempt hair.

 

Say thank-you, for chrissake, please

and always ask politely, politely.

 

I rang the bell, banged at the door

and called her name a few times.

 

Then there’s a woman

standing at the window.

It’s my mother.

 

She says: I’m your mother,

Don't think about it, all the boats are burnt.

Translated by Francis R. Jones

Soles

español | Enrique Winter

Un sol, la dicha
sorprende a la mesera que recibe
la propina cual dios del mismo nombre.

Un sol rojo en la playa, píxel en el ojo
de una foto digital que no debimos sacarnos,
interrumpido por líneas de nube (las cataratas)
y la tele del bus,
polvo que impide otros polvos
en un desierto que ningún pasajero reclama,
inadvertido el mar (el iris).

El bus auspicia la negra carretera
que corta el arrebol,
una camiseta que sería de rangers
si estuviera en mi tierra y no
donde ninguna construcción se ha terminado
para eludir impuestos o mirar las estrellas,
apenas cubiertas por la ropa interior colgada
y flameando: camisetas de un equipo pequeño
visitando el estadio de la masa tevita.
La rueda del triciclo armando un taco, este sol
tres cuartos en el agua su reflejo,
más la pantalla del bus que ese ojo rojo.

Una vez me dijeron que era un sol.

Y si para tocar el sol bastaba
poner el dedo chico en la primera
cuerda luego del do, siempre enseñaron
mejor el anular, voltearlos
como el cartel –cerrado– en los boliches
y me dan ganas de contarles cuál
es el cambio de sol a peso,
pero la tasa es otra (juego de manos
y muecas) cuando la pronuncio
en la guitarra.

En el cielo despejado no hay puntos de referencia
para decir cerca o lejos.

Mejor que venga el sol, que trague
a quienes lo permiten apenas quince días
retribuyendo el año de maltratos
(era gratis, gratuito, gratis, gratis).
Con el color ladrillo de las casas
sin terminar (ya, casi todas)
dorado el oro, el día, el hombre
no la plata, la luna, la mujer (acaso la pantalla
o bien la dicha de la mesera que recibe
la propina cual dios del mismo nombre).
Las decenas de veces que intentamos la foto
con la puesta de sol, la espera
por revelar un rollo que nos presentaría
negros de nuevo, tapando un rojo inentendible.

En la ciudad que habito yo decido
si me alimento, si me abrigo, si miro mis pisadas cuando vuelva.
Quien decide afuera es el sol,
si crece algo de comer, si muero
de hipotermia o transpiro.
Le rezaría a él antes que a nadie:
yema de huevo de campo
derramada en mar la copa
no del galán de la tele
sí de los espectadores.

La clara previa a revolverse es una nube
y el cielo cubre la paila.
El ruido de ese aceite recuerda al de las olas
cuando se está en el mar y no con la conchita en el oído,
a regadores cuando empapan, y

las películas nos robaron hasta el atardecer.
El bus nos ha robado el viaje.

Al sol lo construyeron jornaleros
como los de este bus, que ni lo miran
ahora que la energía puede inventarse en otros soles,
que no los broncearán
aunque se juren invitados.

Difícil adorar a un único sol
cuando ya existe la palabra soles
y uno no sabe si vio el mismo ayer
(cambiaron el camino y la abrazada)
cuando al camino le salieron brotes
y a la que amamos, el fruncido ceño
las decenas de veces que intentamos la foto
con la puesta de sol, la espera
por revelar un rollo que nos presentaría
negros de nuevo, tapando un rojo inentendible
como el del ojo en tomas digitales.
Acaso quede el puro rojo
que ven los cerrados cuando al sol,
delgados pájaros de interferencia.

La terramoza (qué palabra) dice
que para una mejor visión de la película
se cierren las cortinas.

© Enrique Winter
from: Guía de despacho
Santiago: Cuarto Propio, 2010
Audio production: Taken from the album 'Agua en polvo' (Santiago: Cápsula Discos, 2012) by Winter Planet, a collaboration between Enrique Winter and the musician Gonzalo Planet.

Suns

inglés

One sol, like the sun god
of the same name, a tip for a waitress
surprised by her own luck.
 
A red sun on the beach, a pixel in the eye
on a digital photo we shouldn’t have taken
obscured by lines of cloud (the cataracts)
and by the TV on the bus
layers of dust stop us laying together
in a desert no passenger claims,
the sea (the iris) barely visible.
 
The bus sponsors the black
motorway slicing through red dawn –
it would be a rangers shirt
if I were at home and not
where all the buildings are unfinished
to avoid taxes or afford a view of the stars
marred only by the flutter of hanging
underwear, vests for an amateur team
playing at the stadium of the TV-addled masses.
A tricycle wheel holding up the traffic, the sun
reflects three-quarters in the water,
its red eye less real than the in-transit screen.
 
Someone once told me I was a sun.
 
And though all it took to play the note sol
was to place my little finger on the
string above do, they always said
the ring finger was better, flipping them
over like a closed sign in a bar,
making me want to tell them
how the sol’s doing against the peso,
but the rate changes (a game of fingers
and frowns) when I play it
on the guitar.
 
In the clear sky there are no reference points
to tell us near or far.
 
Better that the sun rises, that it swallows
those who allow a mere fortnight
to recover from a year of abuse
(a year given freely, for free, freely, freely).
With the brick colour of the unfinished
houses (almost all of them now)
gold, day, and man are gilded,
not silver, the moon, or woman (maybe the screen
or even the luck of the waitress receiving
a tip with the name of the sun god).
The dozens of times we tried to take that photo
of the sunset, waiting
to develop a roll of film that showed us
black again, against an incomprehensible red.
 
In the city where I live I decide whether to eat,
wrap up warmly, watch my footsteps on the way home.
Outside the city it’s the sun that decides
if food will grow, if I’ll
die of hypothermia or sweat.
I would pray to him first and foremost:
Country egg-yolk
a glass spilled into the sea
not by the on-screen heart-throb
but the audience.
 
The egg-white, unscrambled, is a cloud
and the sky fills the frying pan.
The sound of the oil is like the sound of waves­ –
in the sea, not holding a shell to your ear –
like watering cans pouring, and
 
the films have robbed us of the very afternoon.
The bus has stolen our journey.
 
The sun was built by labourers
like the ones on this bus, not even looking at it
now that energy can be created in other suns
that won’t shine on them
though they swear they’re invited.
 
It’s hard to love a single sun
when the word suns already exists
and you don’t know if it’s the same one you saw yesterday
(your route and the girl you’re holding have changed)
when buds appeared on the route
and on the one we love, her brow furrowed
the dozens of times we tried to take that photo
of the sunset, the wait
to develop a roll of film that showed us
black again, against an incomprehensible red
the colour of eyes in digital photos.
Perhaps the same pure red
you see in sunlight through closed lids,
slender birds of interference.
 
The bus-stewardess (what a word) says
that in order to see the film better
we must close the curtains.

Translated by Ellen Jones.
From: Suns. Phoenix: Cardboard House Press, 2017.

БЛИЗОСТЬ

ruso | Wjatscheslaw Kuprijanow

Как найти расстояние между нами
измерить шагами
фигурами идущими между нами
колышущимися душами

Сколько идет письмо
от меня к тебе
пока мы стоим
дышим рядом

Сколько бы ни длилась близость
вечность –
это разлука
мера всех любовей

Я жду твоего слова
и не знаю с какого краю
встать ли мне ближе к сердцу
или дать сердцу больше простору
тебя заслонить от ветра
или отдать ветру
и его порыв
перепутать с твоим порывом

И как быть перед лицом солнца –
как удержать наши тени
которые ночь сольет
воедино
с кем бы нас
ни застала

© Вячеслав Куприянов
Audio production: Вячеслав Куприянов, 2013

Closeness

inglés

How are we to find the distance between us
measure it in strides
in go-between figures
flickering souls


How long does a letter travel
from me to you
whilst we still stand
breathe side by side


However long closeness might linger
eternity
is separation
the measure of all loves


I am waiting for your words
not knowing from what land
should I step nearer my heart
or give my heart more space
shelter you from the wind
or give you to the wind
and ravel its flights
with yours


And how must we be beneath the sun
how can we hold back our shadows
which the night will mingle
as one
with whoever
might come our way

English by Francis R. Jones
From In Anyones Tongue", poetry, russian/english, Forest Books, London,1992

УРОК ПЕНИЯ

ruso | Wjatscheslaw Kuprijanow

Человек
изобрел клетку
прежде
чем крылья

В клетках
поют крылатые
о свободе
полета

Перед клетками
поют бескрылые
о справедливости
клеток

© Вячеслав Куприянов
Audio production: Вячеслав Куприянов, 2013

SINGING LESSON

inglés

Man
invented the cage
before
inventing wings

In cages
the winged sing
of the freedom
of flight

Before the cages
the wingless sing
of the justice
of cages

Translated by Francis R.Jones
from - "IN ANYONE'S TONGUE"; Forest Books, London & Boston, 1992

УРОК РИСОВАНИЯ

ruso | Wjatscheslaw Kuprijanow

Ребенок не может нарисовать
море
ребенок не может нарисовать  
землю
у него не сходятся меридианы
у него пересекаются параллели
он выпускает
на волю неба
земной шар
из координатной сети
у него не укладываются
расстояния
у него не выходят
границы
он верит
горы должны быть
не выше надежды
море должно быть
не глубже печали
счастье
должно быть не дальше земли
земля
должна быть
не больше
детского сердца

© СП, Москва
from: Жизнь идет
СП, Москва, 1982
Audio production: Вячеслав Куприянов, 2013

Drawing lesson

inglés

A child cannot draw
all the sea
a child cannot draw
all the land
his meridians never converge
his parallels meet
he lets the round earth
slip from its net
of coordinates
and drift up into the sky
his distances
are out of step
frontiers
are beyond him
he believes
mountains should be
no higher than hope
the sea should be
no deeper than sorrow
happiness should be
no further than the earth
the earth
should be
no bigger than
a child's heart

English by Francis R. Jones,
From In Anyones Tongue", poetry, russian/english, Forest Books, London,1992

Pornschlegel

neerlandés | Dirk van Bastelaere

Het is juli en wie moordt nog om een vrouw.
Het is heter dan men voor werkelijk houdt.
Op het land: een erf met oude platanen,
Dertig in getal. Het is de leeftijd van
De bewoner, een droom van een man, zij het
Dat één been, zijn linker, wat trekt. Het heeft er
Van weg, hij loopt op één schoen soms. Wanneer hij
Nadenkt daarover ligt hij koud op de vloer,
Slaat het watervlak stuk van de regenput
Of draait het fotoportret van zijn ouders
Om op het dressoir en staart stom voor zich uit.
Maar als hij nu opkijkt, zoals hij daar ligt,
In lommer op een veldbed wat rustend – de
ochtend waarin warmte al beeft – op het
Voorhoofd nog een pleister of wat, als hij nu
Nog dit zelfde moment richting hoofdgebouw
Kijkt, ziet hij de kersentuin daar, hoe een wolk
Van gerucht, een zwerm spreeuwen de bomen in
Zakt, als gruis. Is het een plaag of een bericht?
Is het een nieuwe configuratie
Van betekenis? Het heeft de schijn van een
Andere werkelijkheid die zich vertakt
Tot binnen het dagelijks leven van iemand.
De spreeuwen beginnen kersen te eten,
Zo meteen zijn de bomen helemaal leeg.
Maar de man Pornschlegel heeft niets bemerkt,
Hij hoort gebrom van een grasmaaimachine, de
Tuinsproeier enkel die slist. Lam in de hitte
Spelt hij soms zijn naam. Straks vat hij zijn tocht aan.
Wie moordt nog om een vrouw. Het is zo heet.


Hij dwaalt de zaal in en alweer een eeuw.
Hij weet in het vertrouwde zich nog zoek
Te maken. 15de, 16de, hij gaapt
(Het is de dag voor de grote hitte, die
Als een compres op de wereld moet liggen),
17de eeuw. Hij kijkt het hoge raam uit,
Ziet de synagoge blinken. De kleur die
Door dingen wordt uitgezweet, lijkt hem mentaal:
Rood van balkonbloemen, blauw van een lakschoen.
Het museum, dat op de namiddag drijft,
Is een Ionisch eiland, mooi als een wrak
Van het Paradijs. Binnen in halflicht
Hangen de schilderijen en panelen
Concreet als de beelden van en gedicht.
Pornschlegel gevoelt zich, bij dit alles,
Onwezenlijker soms dan het geschilderde. Ziet
Hoe zijn voet sleept door de glans heen
Van het parket. Hij strekt zijn diafane handen
Voor zich uit: het zijn – nu nog – de zijne.
Elk moment kunnen er andere handen
In verschijnen. Wat is er met zijn lijfelijkheid?
Dat hij hier schaduwen van verf bewaakt
(Cranach, Memlinc, Patinir) is hem zijn brood.
Hij is gewoonweg een suppoost. Maar één portret,
Dat hij vereert, komt in zijn dromen bovendrijven.
Het is Agnes Sorel. Op wie ze lijkt, hij weet
Het wel. Door Jean Fouquet als virgo lactans
Afgebeeld is zij een kegel van ivoor, haarloos
Gezicht en smalle lendenen. Is zij natuur die
Tot idee geraakt en 'dame de toute beauté parée'.
Zij doet hem deel uitmaken van geschiedenis.
En in het avondlijker licht al, dat door
De koepel valt en valt, roept zij hem to zich.
Het glas gaat kraken en de eeuw is leeg.
Hij schuifelt over het parket als over water.
Haar stem, zeer hoog, een fluittoon haast en vast
Door serafijn en cherubijn bewaakt, komt
Als een vinger uit de verf. Ze wenkt. Hij knikt.
Ze lispelt en hij ziet haar breinaalddunne
Tong: 'Bekijk me of ik sterf' en hij verstaat:
'Bevrijd me nu en erf'. Dat hij het glas
Moet breken om het glas te zien. Hij stoot
Zijn parelwitte voorhoofd de vitrine in.
Hij wordt gevonden: languit, in het ongerede.
En buiten wordt het zeer heet, leeg en droog.


Slaap toont hem een man op Linkeroever.
Het lijkt wel een droom in een droom in een droom.
Het is een vlakte met de zon erboven.
Het is daar en soms ook weer niet. De man
Loopt over weiden, over kiezel. Langs
Een muur waarbovenop glasscherven staan.
Gehijg. Hij is op zoek of iets van plan.
Dan houdt de weg op en de grond wordt drassig.
Hij komt in cirkels bij zich zelf terecht,
Zijn bedoeling die wordt omgelegd. Langs
Wortels loopt hij, tussen boomstronken –
Of iemand kappen moest uit lijfsbehoud.
Hier een fantoom is iemand daar een wandelaar
Met kalfslederen schoenen aan, al heeft het
De schijn ervan nu dat hij vlucht. Bij een
Boomgaard staat een vogelverschrikker, strowit
Haar helpt merels een andere wereld in.
Er komen wagens over het terrein gereden.
De man is in een zucht verdwenen, door lover
Enigszins beschut. Men zet met paaltjes
En roodwitte linten de omgeving af. Iemand
Begint iets op te meten. Er lopen zwarte
Uniformen rond. Men schrijft en er wordt
Ook gegraven. Een hand die, als een leemte
In een leven, wit opgestoken wordt
Legt over elk gezicht verstomming.
Men heeft een olievat gevonden, dichtgelast
Men brandt het open. Er wordt een lijkzak
Aangedragen. – Klam in de tuin wordt
Pornschlegel wakker. Een hazenslaapje zet de
Droom wijd open. Hij bet zijn voorhoofd. Maar
De bomen begroeten hem, het vonkt in zijn glazen.
Hij lacht naar gladiolen en phlox in de border.
Hij knapt zich op in de dwang van de spiegel.
Hij trapt zijn Vespa aan. Hij moet een bijl gaan kopen.

Hij was eenvoudig als een timmerman.
Daar is nu niets meer van. Hij werd, denk ik,
Te zijner tijd, bezocht in dromen en hij
Gaat aan die hocus-pocus van het lichaam
Ook geloven. Zijn woning is tochtig,
Een Aeolische harp. De bomen die hij kappen moet,
Zo wordt hij op zijn hart getrapt. Hij houdt
Van Italiaanse disco. Hij zegt, hij is
Een eiland, ladida. Men zegt, hij spreekt in metaforen.
Vertelt een man die zijn broer zijn kan: ‘Hij is
Niet meer te hebben, sinds onze ouders stierven.
Hij werd eenzelvig. Een solipsist.’ Hij zegt,
Hij heeft een steeds zich wijzigende beeltenis.
Hij zingt als hij verdrietig is.
Ladida. Ladidadida.

© beim Verlag
from: Pornschlegel en andere gedichten
Amsterdam: De Arbeiderspers, 1988
Audio production: het beschrijf, Brüssel 2002

Pornschlegel

inglés

It's July, and who would kill for a woman
Now? It's so hot it's unreal. In the country:
A farmyard with some old plante-trees, thirty
In all. That's the age of the man who lives there,
A lovely guy, though he limps a bit in one
Leg, his left. Or so it would seem. Sometimes
He walks on one shoe. Whenever he thinks
About it he lies flat out on the floor, smashes
The watery mirror in the rain tank
Or turns his parents' photo on the sideboard
The other way round and stares silently into
Space. But now, as he looks up from the camp-bed
Where he's lolling – the morning already a-quake
With heat – on his forehead a couple of plasters still,
Now, at this very moment, as he looks
Towards the farmhouse, he sees the cherry orchard,
A cloud of noise, a swarm of starlings dropping
Into the trees, like grit. Is it a plague
Or a message? Is it significant, a new
Configuration? It hints at the branching of
Another reality into one's everyday life.
The starlings are starting to eat the cherries – they'll have
The trees stripped bare in no time. But Pornschlegel
The man has noticed nothing. He hears a motor
Mower drone, only the garden sprinkler
Hiss. Lethargic in the heat, sometimes
He spells his name. Soon he'll embark on his voyage.
Who would kill for a woman now? It's so hot.


He wanders into the room and yet another
Century. He's still able to fritter
Himself away in the familiar. 16th,
17th, he yawns (it's the day before the great
Heat, which will lie like a compress on the world),
18th century. He looks out of
The high window, sees the synagogue glitter.
The colour sweated by things seems mental to him:
Red of balcony flowers, blue of a patent
Leather shoe. The museum, floating on the
Afternoon, is an Ionic island,
Beautiful as a wreck from Paradise.
Inside, in half-light, the paintings and panels hang
As concrete as the images of a poem.
With all of this, Pornschlegel sometimes
Feels more unreal than what is portrayed. Sees
His foot dragging through the varnish of the
Parquet floor. He stretches his diaphanous
Hands before him: they are – still – his own.
Any moment now, other hands might
Appear in them. What's wrong with his physicality?
The fact that he's guarding shadows of paint (Cranach,
Memling, Patinir) is his daily bread.
He's just an attendant. But one portrait, which he
Worships, comes floating up in his dreams. It's Agnes
Sorel. And he knows who she looks like too. Portrayed by
Jean Fouquet as virgo lactans, she's an ivory
Skittle, hairless face and slim loins.
She's nature become idea and 'dame de toute beauté
Parée'. She makes him part of history.
And in the already more evening light that's falling
And falling through the dome, she's calling him
To herself. The glass cracks and the century's empty.
He shuffles across the floor as if through water.
Her voice, very high, almost a flute note and surely
Guarded by seraphim and cherubim, comes
Like a finger out of the paint. She beckons. He nods.
She lisps and he sees her tongue, knitting-needle
Thin – 'See me or I perish' – and he
Hears: 'Free me and inherit'. That he
Has to break the glass to see the glass.
He thrusts his pearl-white forehead into the case.
He's found stretched out and broken on the floor.
And outside it's even hotter, empty and dry.


Sleep shows him a man on the Left Bank.
It seems like a dream in a dream in a dream. It's a plain
With the sun above. It's there and sometimes not.
The man walks across fields, across gravel. Along
A wall with broken glass on top. Panting.
He is searching or intending something.
Then the path runs out and the ground gets boggy.
He finds his way in circles to himself,
His purpose becoming wound around him. He walks
Past roots, between the stumps of trees – as if someone
Had to cut them down to save his life.
Here a phantom is someone there a walker
Wearing calfskin boots, though now there's a feeling
He might be fleeing. By an orchard stands
A scarecrow, straw-white hair sees blackbirds off
To another world. Cars come driving across
The landscape. The man has disappeared in a trice,
Partially shielded by foliage. The site is cordoned
Off with palings and red-and-white tape. Someone
Starts measuring something. It's crawling with black uniforms.
Notes are taken and someone's digging too.
A hand which is raised white, like a faux pas
In a life, strikes every face dumb.
They've found an oil barrel, welded shut.
It's torched open. They bring a body bag –
Clammy, in the garden, Pornschlegel
Wakes. A catnap opens the doors of the dream.
He dabs his forehead. But the trees greet him,
Glasses throw out sparks. He smiles at phlox
And gladioli in the border. He tidies
Himself up in the pressure of the mirror.
He kick-starts his Vespa. He needs to buy an axe.


He was as simple as a carpenter.
He's anything but that now. In the course of events
He was visited in dreams and now he's starting
To believe that mumbo-jumbo of the
Body. His home is draughty, an Aeolian
Harp. The trees he has to cut down,
It breaks his heart. He loves Italian disco.
He says he's an island, la di la. They say
He speaks in metaphors. A man who could be
His brother says: 'He's been unbearable since
Our parents died. He's become unsociable,
An oddball'. He says he has an ever-changing
Effigy. He sings when he's sad.
La di la. La di la di la.

Translation by Francis R. Jones
Copyright by Francis R. Jones

Naar de bergen kijken

neerlandés | Dirk van Bastelaere

Wanneer de Zwitserse avond valt,
loert in het tegenlicht, achter het waaiende wit van gordijnen
de berg.

Zijn blik is het slijm
in het hart van de dingen
dat ons opjaagt, opgejaagd hart.

Het is geruis
van graniet
dat heimelijk door onze beschouwingen schuift.

Het woont in een hand
die als schaduw
zich over de buigende rug werpt van een man die zijn kinderen
glimlachend instopt of, laat aan zijn tekentafel,
nog een glimp van de wereld ontwerpt.

Als je ooit naar een berg hebt gekeken,
kijken de bergen voor altijd terug,
al is dat een mistflard, de klank van een koebel,
het bergpuin dat in de morene
onze aandacht verdeelt.

© beim Verlag
from: Hartswedervaren
Amsterdam: Atlas, 2000
Audio production: het beschrijf, Brüssel 2002

Looking at mountains

inglés

When the Swiss evening falls,
backlit behind the billowing white of curtains
the mountain's watching.

Its stare is the mucus
in the heart of things
that hounds us onward, hunted heart.

It's a swish
of granite

shifting slyly through our thoughts.

It lives in a hand
casting itself like shadow
across the bent back of a smiling man
who's tucking his kids in bed or, late at his drawing board,
drafting another facade of the world.

If you've ever looked at a mountain,
the mountains will always be looking back,
even if it's a wisp of mist,
the sound of a cowbell, the scree
that splits our attention in the moraine.

Translation by Francis R. Jones
Copyright by Francis R. Jones

In het ziekenhuis

neerlandés | Dirk van Bastelaere

Laat je dragen, blootgelegd hart, naar adem happend
in de drek,
een koud vogeljong op het satijn van een kussen,
blauw als het druppende letsel
van Amfortas,

waar het duister gaapt, diep
in een keelgat, een nul tussen longen,
met stinkende russula afgeboord,
een sluitspier die niet meer sluit.

Alles wat ik ben

wordt hiermee rondgedragen

beademd onder de lampen
van het ziekenhuis
dat liefde heet,

ja, dat geloven wij

© beim Verlag
from: Hartswedervaren
Amsterdam: Atlas, 2000
Audio production: het beschrijf, Brüssel 2002

In hospital

inglés

Bared heart, let yourself be dragged, gasping for breath,
through the mire,
cold fled 'ing on the satin of a cushion
blue as the dripping wound
of Amfortas,

where the darkness yawns, deep
in a gullet, nil between lungs,
reamed with stinking russula,
a sphincter which no longer shuts.

All that I am

is dragged round with this

given respiration under the lights
of a hospital
called love,

yes, that's what we believe.

Translation by Francis R. Jones
Copyright by Francis R. Jones

Het hart van het hart

neerlandés | Dirk van Bastelaere

Het hart van een hart is de hartaanval,
de materie die crasht, met zwart weefsel
doorschoten, waarmee zich het lichaam
tot het huis en zijn doorbloede
gebruiken of een wandeling
langs het ijskoude stuwmeer verklaart
als verzinkend in zijn vlezen staat,

een spier door zijn zozijn verlaten.

In zijn blauw, de kern van zijn afbraak,
is het hart als een dier dat klam
uit de zuurstof verdreven naar
de grens van zijn anatomie
stervend meer dan zichzelf is
en daarin verweven met het gedicht,
dat zich infarct na infarct
aan het voorbijgaan schenkt en daarbij
steeds weer,

de dood in het schrift geslagen,

zijn deel van de wereld vernietigt.

© beim Verlag
from: Hartswedervaren
Amsterdam: Atlas, 2000
Audio production: het beschrijf, Brüssel 2002

The heart's heart

inglés

It's the heart's heart: heart attack,
when matter hangs and crashes, shot
through with black tissue, by which
the body declares itself, to the house and
its red-blooded habits or the walk
by the freezing reservoir,
to be sunken into its state of flesh,

to be a muscle deserted by being so.

In its blue, the core of its collapse,
the heart is like a beast that, in clammy
exile from oxygen
to the limits of its anatomy,
is more than itself when dying
and thus interwoven with the poem –
which, attack after attack,
presents itself to the passing and so
again and again,

as death strikes the writing,

destroys its part of the world.

Translation by Francis R. Jones
Copyright by Francis R. Jones

Naar de bergen kijken

neerlandés | Dirk van Bastelaere

Wanneer de Zwitserse avond valt,
loert in het tegenlicht, achter het waaiende wit van gordijnen
de berg.

Zijn blik is het slijm
in het hart van de dingen
dat ons opjaagt, opgejaagd hart.

Het is geruis
van graniet
dat heimelijk door onze beschouwingen schuift.

Het woont in een hand
die als schaduw
zich over de buigende rug werpt van een man die zijn kinderen
glimlachend instopt of, laat aan zijn tekentafel,
nog een glimp van de wereld ontwerpt.

Als je ooit naar een berg hebt gekeken,
kijken de bergen voor altijd terug,
al is dat een mistflard, de klank van een koebel,
het bergpuin dat in de morene
onze aandacht verdeelt.

© beim Verlag
from: Hartswedervaren
Amsterdam: Atlas, 2000
Audio production: het beschrijf, Brüssel 2002

Looking at mountains

inglés

When the Swiss evening falls,
backlit behind the billowing white of curtains
the mountain's watching.

Its stare is the mucus
in the heart of things
that hounds us onward, hunted heart.

It's a swish
of granite

shifting slyly through our thoughts.

It lives in a hand
casting itself like shadow
across the bent back of a smiling man
who's tucking his kids in bed or, late at his drawing board,
drafting another facade of the world.

If you've ever looked at a mountain,
the mountains will always be looking back,
even if it's a wisp of mist,
the sound of a cowbell, the scree
that splits our attention in the moraine.

Translation by Francis R. Jones
Copyright by Francis R. Jones