Jan H. Mysjkin 
Übersetzer:in

auf Lyrikline: 19 Gedichte übersetzt

aus: französisch, niederländisch, deutsch nach: niederländisch, rumänisch, französisch

Original

Übersetzung

Le rideau se déchire

französisch | Rose-Marie François

On patauge dans la limaille que rouille à sang un soleil bas.
Entre les cornes du taureau, la femme divisée revient du rapt.
Laver les signes, les plis pris aux barrières, sueurs, poussières, traces ténues de la méfiance prête à rebondir.
Fourbir les bulbes, sauver des pluies acerbes les flèches, les dentelles.
Se réconcilier avant de mourir d'une tierce main, mercenaire impatiente à nos soldes, frères en froid. Renoncer à faire les comptes, qui a loué le premier cavalier, fourni la balance, la jument rouge, l'étalon noir.
[…]
Entre les lèvres métalliques, toutes-boîtes, la langue s'use à la râpe des réclames.
[…]
Serons-nous du voyage dès l'ouverture des frontières ou accueillerons-nous les assoiffés? Panserons-nous leurs plaies à l'arrachement des cils? L'ignorance rend envieux. Mirages amoncelés, la pluie la boue sur les contours fait chanceler les lumières.
A cheval sur la chanlatte, les pieds dans le courant glacé, on voit passer les chimères, les mousses égorgés, les agendas couverts de feuilles.
*
Le pays surgira du livre, de la carte, de la mémoire, nous sautera aux yeux, au cou, au visage. Diablotin à ressort ou patriarche sculpté, billet crasseux ou effigie maternelle, qui pourra le prévoir?
Quelle génération aura l'heur de rentrer, trouver le lieu sous le béton, brûler les broussailles, enneiger les fosses, poser la main sur la plus haute pierre?

© Rose-Marie FRANÇOIS
aus: Répéter sa mort, bilingue français-néerlandais
Belgium Bordelio vol 2, 2017
Audio production: L'Arbre de Diane

Het gordijn scheurt

niederländisch

We ploeteren door vijlsel, bloedrood geroest door een laaghangende zon. Tussen de horens van de stier keert de verdeelde vrouw van de schaking terug.

De tekenen wassen, de gewoonten bij de slagbomen, het zweet, het stof, de iele sporen van het wantrouwen dat altijd weer kan oplaaien.
De torenkoepels oppoetsen, de spitsen en de kantelen redden van de zure regen.

Zich verzoenen alvorens door andermans hand te sterven, de ongeduldige huurling die wij betalen, broers in onmin. Niet langer de rekeningen opmaken : wie de eerste ruiter heeft ingehuurd, de weegschaal heeft geleverd, de rode merrie, de zwarte hengst.
*
Tussen de metalieke brievenbuslippen slijten tong en taal op de rasp van reclamedrukwerk.
*
Zullen we de reis aanvatten zodra de grenzen opengaan of zullen we de dorstigen onthalen ? Zullen we hun wonden verbinden bij het afvallen van de schellen ? Onwetendheid wekt jaloezie. Opgestapelde zinsbegoochelingen, regen en modder aan de omlijningen brengen het licht aan het wiebelen.

Schrijlings op de nok, voeten in de ijskoude stroom, zie je de hersenschimmen passeren, de gekeelde scheepsjongens, de onder bladeren bedolven agenda’s.
*
Het land zal opduiken uit het boek, de kaart, het geheugen, het zal ons in het oog springen, om de hals, in het gezicht. Een duveltje op een springveer of een gebeitelde patriarch, een vies kaartje of een moederlijke beeltenis, wie kan het voorzien ?

Welke generatie zal erin gelukken terug te keren, de plek te vinden onder het beton, het struikgewas te verbranden, de kuilen onder sneeuw te bedelven, de hand te leggen op de hoogste steen ?

uit het Frans vertaald door Jan Mysjkin
Rose-Marie FRANÇOIS, uittreksel uit Répéter sa mort, édit. Le Cormier, Bruxelles 1997, in : Belgium Bordelio, L’Arbre à Paroles / Poëziecentrum, 2017.

kers

niederländisch | Lies Van Gasse

In de armen is het warm.
Grote vogels vliegen zacht.

De wereld, zoals we die kennen,
heeft opgehouden te bestaan.

Er is een hoofd dat in mijn hand past,
een avond die ik rond u heb gebouwd
en als ik hem verlies,

dan sneeuwt de lente,
valt de schaduw van uw armen
op de wand die mij omsluit.

Vruchten zoeken monden.
Tijden lossen zich op.
Ik teken ogen van katten.

© Lies Van Gasse
aus: Zand op een zeebed
Amsterdam: Uitgeverij Wereldbibliotheek, 2015
Audio production: Haus für Poesie, 2016

cireș

rumänisch

kerskleur_romn500.jpg

Traducere: Jan Mysjkin

kers

niederländisch | Lies Van Gasse

In de armen is het warm.
Grote vogels vliegen zacht.

De wereld, zoals we die kennen,
heeft opgehouden te bestaan.

Er is een hoofd dat in mijn hand past,
een avond die ik rond u heb gebouwd
en als ik hem verlies,

dan sneeuwt de lente,
valt de schaduw van uw armen
op de wand die mij omsluit.

Vruchten zoeken monden.
Tijden lossen zich op.
Ik teken ogen van katten.

© Lies Van Gasse
aus: Zand op een zeebed
Amsterdam: Uitgeverij Wereldbibliotheek, 2015
Audio production: Haus für Poesie, 2016

cerise

französisch

kerskleur_frans500.jpg

Traduction: Jan Mysjkin

appel

niederländisch | Lies Van Gasse

Er zijn uren en een laan
met meisjes aan mijn armen
maar wie heeft zoveel bomen in zich?

Wij voelen kort en vloeibaar licht,
gaan gestaag over uw hand,
kijken hoe u in een lichaam bijt.

Zuig de lucht naar binnen,
gooi de vrucht in houten bakken.

Het is september.
Straks moet u naar school.

© Lies Van Gasse
aus: Zand op een zeebed
Amsterdam: Uitgeverij Wereldbibliotheek, 2015
Audio production: Haus für Poesie, 2016

măr

rumänisch

appelkleur_Rom500.jpg

Traducere: Jan Mysjkin

appel

niederländisch | Lies Van Gasse

Er zijn uren en een laan
met meisjes aan mijn armen
maar wie heeft zoveel bomen in zich?

Wij voelen kort en vloeibaar licht,
gaan gestaag over uw hand,
kijken hoe u in een lichaam bijt.

Zuig de lucht naar binnen,
gooi de vrucht in houten bakken.

Het is september.
Straks moet u naar school.

© Lies Van Gasse
aus: Zand op een zeebed
Amsterdam: Uitgeverij Wereldbibliotheek, 2015
Audio production: Haus für Poesie, 2016

pomme

französisch

appelkleur_frans500.jpg

Traduction: Jan Mysjkin

Harmonia praestabilita

niederländisch | Jan H. Mysjkin

De spitse heuvels zien eruit als cipressen
en voorzien een grote, lege ruimte van stekels,
boven en onder.

Een roestige bodem, niets dan stof en stenen.
De gieren verschijnen. Ik zie hun schaduw
lopen over de vulkaanbodem, overal waar mijn blik op rust.

Ik blijf niet langer dan één minuut,
want mijn tijd is geteld.

                                                            * * *

Vier of zes roeiers met blote bast
en kale kop
stralend in de zon.

Een volkje van geiten en afpellende kamelen,
schilferig en poedelnaakt,
wandelend over de gloeiende straatweg.

Een antieke auto op stoom, gebouwd
als een locomobiel, met een grote schoorsteen.

Ik neem plaats.

Het kabbalistische gekletter van ijzeren velgen
brengt de verrassing van een getemde leeuw.

                                                            * * *

Een muts van blauwe zijde met goudgalon, een zeegroen hemd waar
de mouwen van een roze bloes uitsteken en een wijde oranje pantalon
die tot op de voeten valt.

Onder de zon gingen de kleuren zo harmonisch samen dat je ervan
had kunnen huilen.

                                                            * * *

Zich op zijn zondags vertreden en vervelen.
De salon vullen.
De operazangeres toejuichen.
Blozen van plezier.
Een heel verleden verloochenen.
Eindigen met een eensgezinde hartsterking.

© Jan H. Mysjkin
aus: Voor mijn ogen ligt het zwijgen
Gent: Poëziecentrum, 2010
ISBN: 9789056553647
Audio production: Beuland/Meulestee, 2013

Harmonia praestabilita

französisch

En effet, les collines acérées ont l’air de grands cyprès,
hérissant un grand espace vide,
en haut et en bas.

Un sol fauve, rien que des pierres et de la poussière.
Les vautours apparaissent. Je vois leur ombre
courir sur le sol volcanique, partout où le regard se pose.

Je ne reste qu’une minute,
car mon temps est compté.

                                                      * * *

Quatre ou six rameurs au torse nu,
le crâne rasé
frappé par les rayons du soleil.

Tout un peuple de chèvres, de chameaux pelés
et squameux, tout nus
se promenant sur la chaussée brûlante.

Une automobile antique et à vapeur, bâtie
comme une locomobile, avec une grande cheminée.

Je prends place.

Le fracas épouvantable de roues à jantes de fer
me fait la surprise d’un lion apprivoisé.

                                                      * * *

Un bonnet de soie bleue à galon d’or ; une chemise vert céladon
laissant passer les manches d’une blouse rose, et un large pantalon
orange tombant jusqu’aux pieds.

Sous le soleil, toutes ces couleurs étaient d’une harmonie à pleurer de tendresse.

                                                      * * *

Se promener et s’ennuyer dominicalement.
Emplir le salon.
Applaudir la cantatrice.
Rougir de plaisir.
Trahir tout un passé.
Terminer dans l’entente d’un cordial.

Traduit du néerlandais par Jan H. Mysjkin

De tijd van een hartsterking

niederländisch | Jan H. Mysjkin

De Franse generaal, een ouwe lolbroek van joodse afkomst, heeft zich, zonder een spier te vertrekken, laten afschepen door een dame uit België die zo’n twintig keer per dag een stijve nek oploopt, doordat ze almaar zit te lonken naar een ploeg mecaniciens uit de Maagdeneilanden, die ondanks een hemd zonder losse boord en zwartgerookte pollen aan hun lijf voor het avondeten pronken met een roze perkaline stropdas vanwege de huwbare miss, dertig jaar, gezet en besnord, die om de haverklap in bulderend gelach uitbarst tegenover haar matrone van een moeder die twee keer zo oud, zo dik en zo besnord is, terwijl de Braziliaanse operazangeres, in een paar weken grijs geworden als gevolg van de hitte waardoor haar zwarte haarkleuring is uitgelopen, niet wist waar ze moest kijken toen ze, te laat om zich uit de voeten te maken, de consul van Nederland zag, een kantoorklerk die onophoudelijk links en rechts knikt en aan één stuk door zit te kronkelen alsof hij een paling te slikken had gekregen van de Engelse Messalina, die haar derde gemaal afwerkt en zich laat omringen door een groepje jongelui die met haar rondzwieren onder de lusteloze blik van een dame met giraffenhals en een strohoedje op haar hoofd genre matelot.

© Jan H. Mysjkin
aus: Enz., enz...
Utrecht: De Contrabas, 2013
ISBN: 9789079432981
Audio production: Beuland/Meulestee, 2013

Le temps d’un cordial

französisch

Le général de France, vieux badingueusard d’origine juive, s’est fait fendre l’oreille sans sourciller par la dame venue de Belgique, qui attrape vingt torticolis par jour à faire de l’œil à une équipe de mécanos des Îles Vierges qui, portant une chemise sans faux col et des pattes enfumées, s’offre pour le dîner du soir le luxe d’un plastron de percale rose à cause de la miss à marier, trente ans, replète et moustachue, éclatant à chaque instant d’un rire de tonnerre vis-à-vis de la mère matrone qui a deux fois plus d’années, de corpulence et de moustache, alors que la cantatrice brésilienne, devenue grise en quelques semaines par suite de la chaleur qui a fait fondre la teinture de ses cheveux, tous noirs le mois dernier, a failli mourir de confusion en apercevant trop tard pour se sauver le consul de Hollande, un commis de magasin, qui ne cesse de saluer à droite et à gauche et de se trémousser comme s’il avait avalé une anguille auprès de l’Anglaise-Messaline qui achève son troisième mari et s’entoure d’un quarteron de jeunes gens qui la font bostonner sous l’œil atone de la dame à la structure de girafe coiffée d’un petit chapeau de paille forme canotier.

Traduit du néerlandais par Jan H. Mysjkin

Vlindervissen

niederländisch | Jan H. Mysjkin

De zee was een roze, zachtpaars en parelgrijs glacis,
zonder de minste overrimpeling.

                                                           * * *

Ik dacht dat ik al eens vliegende vissen had gezien.
Ik heb me vergist. Ik zag er pas
vandaag : van zes uur ’s morgens tot zes uur ’s avonds
schoten ze vinwiekend voorbij.

Van ver zijn ze vlinders. Van
dichtbij zijn ze vogels.
Ze zien er nooit als vissen uit, behalve
wanneer ze opnieuw het water in duiken.

Ik zag ze – absoluut gelijk aan zwaluwen
bij een dreigende zomerbui – scheren
over kwallen als amethisten reuzenparels.

                                                             * * *

In de ondergaande zon zien ze eruit
als microscopisch kleine schaatsenrijders.

© Jan H. Mysjkin
aus: Voor mijn ogen ligt het zwijgen
Gent: Poëziecentrum, 2010
ISBN: 9789056553647
Audio production: Beuland/Meulestee, 2013

Poissons-papillons

französisch

La mer était un glacis rose, mauve et gris perle,
sans une ride de surprises.

                                                             * * *

Je croyais jusqu’ici avoir vu des poissons volants.
Ce n’était pas vrai. J’en ai vu
aujourd’hui : de six heures du matin à six heures du soir,
ils s’enfuyaient à tire-de-nageoire.

Quand ils sont loin, ce sont des papillons. De près
ce sont des oiseaux.
Jamais ils n’ont l’air de poissons, sauf
quand ils se replongent dans l’eau.

Je les voyais, absolument semblables à des hirondelles
quand la pluie d’été menace, rasant
les méduses comme de grosses perles d’améthyste.

                                                             * * *

À l’heure du couchant, ils ont l’air
de patineurs microscopiques.

Traduit du néerlandais par Jan H. Mysjkin

Toewijding

niederländisch | Jan H. Mysjkin

Aan de muildierdrijvers, aan de bewaker van de bungalow,
aan de offerschaal van het oord.

Aan de man die de eieren brengt voor de omelet,
aan diegene die ze verkoopt,
aan diegene die toekijkt wanneer ik ze eet.

Aan het schrijfgerief, aan het midden van een zin, aan de ideeën in voorraad.

Aan de dag die de sneeuw doet smelten,
aan de uiterste rand van het overhangende pad,
aan de kracht van de polsen.

Aan de gevaarlijke weg, aan de weg
die er opeens niet meer is,
aan de weg die zich omdraait en ons ‘tot ziens’ wenst.

Aan de vleiende bewoordingen, aan de namen van plaats en
           bestemmeling, aan het wit.

Aan het hol waar ik sliep,
aan de vrouw, lief en lachend en ondeugend en al,
aan de idolate gebaren.

Aan de nacht die inviel, aan de gidsen
die verdwenen, aan de afdrukken
van de muildierhoeven.

Aan de slimheid van de slang en de luiheid van de zevenslaper,
aan het midden van een zin,
aan het wit.

© Jan H. Mysjkin
aus: Enz. enz...
Utrecht: De Contrabas, 2013
ISBN: 978907943298
Audio production: Beuland/Meulestee, 2013

Dévotion

französisch

Aux muletiers, au gardien du bungalow,
à la patelle de l’endroit.

À l’homme qui apporte des œufs pour l’omelette,
à celui qui les vend,
à celui qui me regarde les manger.

Au matériel d’écriture, au milieu d’une phrase, aux idées en réserve.

Au jour qui fait fondre la neige,
à l’extrême rebord du sentier en corniche,
à la force des poignets.

Au chemin dangereux, au chemin
qui cesse d’être,
au chemin qui se retourne pour nous dire « au revoir ».

Aux formules élogieuses, aux noms du lieu et du destinataire,
         au blanc.

À la tanière où j’ai dormi,
à la femme, gentille, et rieuse, et coquine, et tout,
aux gestes d’idole.

À la nuit qui s’est faite, aux guides
disparus, aux empreintes
laissées par le sabot des mules.

À l’astuce du serpent et la paresse du loir,
au milieu d’une phrase,
au blanc.

Traduit du néerlandais par Jan H. Mysjkin

Vertraging zal zijn

niederländisch | Jan H. Mysjkin

(De trein die vertrok om tien uur dertig
zette me af
om vijf uur ’s morgens.

Het perron vroeg me of ik wel ik was.
Ik antwoordde van ja
en gaf het mijn koffer te kruien.

Het nam hem met het grootste plezier van me aan.)

                                                         * * *

(Het was bijtend koud. Het hotel sliep
als een mormeldier.

Ik poedelde me af in een kokendhete kuip
en schreef daarna tot negen uur.

Van nu af aan zullen mijn dagen
geen uren te over hebben.)

                                                         * * *

(Naarmate ik meer zie, bieden de dingen
die ik nog moet zien
minder nieuws. Er zijn te veel bijzonderheden
die ik te goed ken opdat ze me nog zouden kunnen boeien
waar ik ze ook tegenkom.)

                                                         * * *

(De stad is helemaal roze van een lichtroze
waarop met kalk
decoratieve motieven of bloemen zijn getekend of vrouwen
of de brede Antwerpse leien.

De huizen zijn opgetrokken naar strikte gelijkenis met de Groentenmarkt.

Op elk uur van de dag wandelen lichten
twee aan twee in onmetelijke
groen-oranje-rode of kakelbonte sluiers
waardoor het lijkt alsof de stad altijd de vlag uitsteekt.)

                                                         * * *

(De passie voor het vegen, het begieten
en het lichtgas
houdt de stad op de been.

De kruispunten zijn bedekt met ontelbare
pauwen, geheiligd
omdat ze cobra’s verdelgen.

In het museum vol pretentieuze rommel
drukken Pinochet en Thatcher elkaar de hand, omgeven
door hun briljante staf.)

© Jan H. Mysjkin
aus: Dit is nobel gezegd, maar duister
Utrecht / Leeuwarden: De Contrabas, 2014
ISBN: 9789079432851
Audio production: Beuland/Meulestee, 2013

Le retard surviendra

französisch

(Le train parti à dix heures et demie
m’a déposé
à cinq heures du matin.

Le quai m’a demandé si j’étais bien moi.
Je lui ai répondu que oui

et je lui ai donné ma valise à porter.

Ce qu’il a fait de la meilleure grâce du monde.)

                                                   * * *

(Il faisait un froid piquant. L’hôtel dormait
à poings fermés.

J’ai pris un tub bouillant et me suis mis à écrire
jusqu’à neuf heures.

Désormais, il n’y aura plus d’heures en trop
dans mes journées.)

                                                    * * *

(À mesure que je vois plus de choses, celles
qui me restent à voir
offrent moins d’inconnu. Il y a bien des détails
avec lesquels je suis trop familiarisé pour qu’ils m’intéressent beaucoup,
où que je les rencontre.)

                                                    * * *

(La ville est toute rose, d’un rose léger,
sur lequel sont dessinés
à la chaux des décors et des fleurs, des femmes
ou de vastes avenues parisiennes.

Les maisons sont bâties suivant la rigoureuse similitude de la place des Vosges.

À toute heure du jour, des lumières, deux par deux,
se promènent dans d’immenses voiles
oranges, verts, rouges, bariolés
et font que la ville a l’air d’être perpétuellement pavoisée.)

                                                    * * *

(La passion du balayage, de l’arrosage
et du gaz
d’éclairage alimente la ville.

Les carrefours sont tapissés de myriades
de paons, sacrés
parce qu’ils détruisent les cobras.

Au musée de bric-à-brac prétentieux,
Pinochet et Tatcher se serrent la main, entourés
de leurs brillants états-majors.)

Traduit du néerlandais par Jan H. Mysjkin

De ware reis

niederländisch | Jan H. Mysjkin

Na de dood reïncarneert de ziel in een dierenlichaam.

Ik zag een olifant met een houten been,
een stekelvarken met buikloop,
blinde apen, gekleed als godheden,
een lam konijn,
een papegaai zonder pluimen,
lepreuze apen met bloedende billen,
een hond die leed aan krankzinnigheid.

Ik vraag me af welk plezier de ziel daar is gaan zoeken.

© Jan H. Mysjkin
aus: Rekenkunde van de tastzin, gevolgd door SPRKLS, GLDLS
Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 2011
ISBN: 9789029087124
Audio production: Beuland/Meulestee, 2013

Le vrai voyage

französisch

Après la mort, l’âme se réincarne dans un corps d’animal.

J’ai remarqué un éléphant à la jambe de bois,
un porc-épic atteint de diarrhée,
des singes aveugles, vêtus en divinités,
un lapin paralytique,
un perroquet sans plumes,
des singes lépreux aux fesses saignantes,
un chien atteint d’aliénation mentale.

Je me demande quelle sorte de plaisir l’âme est venue chercher là.

Traduit du néerlandais par Jan H. Mysjkin

ZONDER HANDEN

niederländisch | Paul Bogaert

Een achtarmige snelbinder zo aangespannen
dat het vanwege de haken en de spankracht
gevaarlijk is de ogen er dichter bij te houden
dan nodig om het te zien: dit is het beeld
dat u kan helpen in te komen in wat volgt.
Breng het niet in verbinding met uzelf.
Het zijn mijn kaken.
Mocht ik jonger zijn en leven in een ander tijdsgewricht,
ik had u niet geschreven. Ik had u aangeraden
uit de buurt te blijven, de spieren van uw buik
een uurlang te masseren of de beweging van de mond
als iets beperkts te zien. Ik had u links en rechts
gekust. Ik had u
op het hart gedrukt wiens adem naar bagage ruikt, te mijden.

© 1996 Meulenhoff, Amsterdam
aus: Welcome hygiëne
Amsterdam: Meulenhoff, 1996
Audio production: Het Beschrijf, 2004

SANS MAINS

französisch

Le sandow à huit bras, tellement tendu
qu'à cause des crochets et de la tension
il est dangereux de tenir les yeux plus près
que nécessaire pour voir: voilà l'image
qui peut vous aider à saisir ce qui suit.
N'établissez pas un rapport avec vous-même.
Ce sont mes mâchoires.
Si j'étais plus jeune et vivais à une autre époque,
je ne vous écrirais pas. Je vous conseillerais
de vous tenir à l'écart, de vous masser pendant une heure
les muscles du ventre ou de voir le mouvement de votre bouche
comme quelque chose de limité. Je vous embrasserais
à gauche et à droite. Je vous recommanderais
chaudement d'éviter celui dont l'haleine sent le bagage.

traduit par Jan H. Mysjkin & Pierre Gallissaires
Le verre est un liquide lent, 33 poètes néerlandais
composée par Erik Lindner et Henk Pröpper
Paris, Farrago, 2003.

In der Provinz 5

deutsch | Durs Grünbein

(Bei Aquincum)

Wie vom Reisewagen gestreift eines fliehenden Siedlers
Lag auf der Römerstraße die tote Amsel, zerfetzt.

Einer, der immer dabei war, den nie was anging, der Wind
Hatte aus Flügelfedern ein schwarzes Segel gesetzt.

Daran erkanntest du sie, von fern, die beiseitegefegte,
Beim Einfall der Horde an die Erde geschmiegte Schwester.

Ob Daker und Hunnen, Mongolenpferde und Motorräder –
Schimpfend hatte sie abgelenkt von der Nähe der Nester.

Mehr war nicht drin. Sieht aus, als sei sie gleich hin gewesen.
Der miserablen Sängerin blieb nur sich querzulegen.

Damals im Staub grober Quader, heute auf nassem Asphalt.
Immer war Völkerwanderung, meistens Gefahr auf den Wegen.

© Suhrkamp Verlag Frankfurt am Main 1999
aus: Nach den Satiren
Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag, 1999
ISBN: 3-518-41028-8
Audio production: 1999 M. Mechner, literaturWERKstatt berlin

Op het platteland 5

niederländisch

(Bij Aquincum)

Als door de reiswagen van een vluchtende kolonist geschampt
Lag op de Romeinse weg een dode merel, aan flarden.

Eén die er altijd bij was maar het niets kon schelen, de wind
Had uit vleugelveren een zwart zeil gehesen.

Daaraan kon je haar herkennen, van ver, het opzijgeveegde
Bij de aanval van de horde aan de aarde gevlijde zusje.

Hetzij Dakars en Hunnen, Mongolenpaarden en bromfietsen –
Schimpend had zij ze uit de nabijheid van de nesten weggeleid.

Meer kon zij niet. Het lijkt alsof zij op slag dood was.
De miserabele zangeres kon niets anders dan zich dwarsleggen

Eertijds in het stof van grote tegels, vandaag op nat asfalt.
Altijd al was er volksverhuizing, meestal gevaar op de wegen.



Translated by Jan H. Mysjkin


In: DWB, jrg. 145, nr. 3, juni 2000


© by Jan H. Mysjkin

In der Provinz 4

deutsch | Durs Grünbein

(Campania)

Wie der Gekreuzigte lag dieser Frosch
Plattgewalzt auf dem heißen Asphalt
Der Landstraße. Offenen Mauls,

Bog sich zum Himmel, von Sonne gedörrt,
Was von fern einer Schuhsohle glich –
Ein Amphibium aus älterer Erdzeit,
Unter die Räder gekommen im Sprung.

Keine Auferstehung als in den Larven
Der Fliegen, die morgen schlüpfen werden.

Durch welche Öffnung entweicht der Traum?

© Suhrkamp Verlag Frankfurt am Main 1999
aus: Nach den Satiren
Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag, 1999
ISBN: 3-518-41028-8
Audio production: 1999 M. Mechner, literaturWERKstatt berlin

Op het platteland 4

niederländisch

(Campanië)

Als de gekruisigde lag deze kikker
Platgewalst op het gloeiende asfalt
Van de straat. Met open muil,

Zonverzengd, boog zich tot de hemel
Wat van ver op een schoenzool geleek –
Een amfibie uit een geologisch tijdperk,
Al springend terechtgekomen onder de wielen.

Geen verrijzenis, behalve in de larven
Van de vliegen die morgen zullen uitkomen.

Door welke opening ontsnapt de droom?



Translated by Jan H. Mysjkin


In: DWB, jrg. 145, nr. 3, juni 2000


© by Jan H. Mysjkin

In der Provinz 2

deutsch | Durs Grünbein

(Auf Gotland)

Nur dies gab es auf lange Sicht hier, diesen Wellenfluß
Von Landschaft, fokussiert in einem Bussardauge, –
Die kahlen Hügel, einen Feldweg und am Rand
Die Hasenpfote im Gebüsch, vom Wind zerzaust
Ein abgenagtes Sprunggelenk, das in der Hand
So leicht wog wie ein Vogeljunges,
Das noch beweglich war, noch warm war und heraus
Sprang aus der Pfanne, blutig wie die Beute
Des Grauen Würgers auf dem Dorn der Eberesche, –
Ein kleiner Knöchel, winkend mit dem Fetzchen Fell.

Sah so der Rest von einem Hasen aus, nachdem
Der Schatten eines Flügels über ihn gekommen war,
Den Zickzacklauf ein Krallengriff, den flachen Atem
Gezielter Schnabelhieb beendet hatte? Unbequem
Muß dieser Tod gewesen sein, auf winterlicher Erde
Wehrlos verrenkt, die letzte Zuckung.
Was vom Gemetzel übrigblieb, hing in den Zweigen,
Die sich an nichts erinnern wie bestochne Zeugen.
Das Gras, längst wieder aufgerichtet, sorgt dafür,
Daß es auf lange Sicht nur dies gab hier, den Hasenfuß.

© Suhrkamp Verlag Frankfurt am Main 1999
aus: Nach den Satiren
Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag, 1999
ISBN: 3-518-41028-8
Audio production: 1999 M. Mechner, literaturWERKstatt berlin

Op het platteland 2

niederländisch

(Op Gotland)

Enkel dit was er op de lange duur hier, deze vloedgolf
Van landschap, gebundeld in het oog van een buizerd, -
De kale heuvels, een landweg en aan de rand
De hazenpoot in het struikgewas, geteisterd door de wind
Een afgeknaagd spronggewricht, dat op de hand
Even licht woog als een vogeljong,
Dat nog beweeglijk was, nog warm was en uit
De gewrichtsholte sprong, bloedig als de buit
Van de grauwe klauwier op de doorn van de lijsterbes
Een kleine enkel, wuivend met het stukje vel.

Is dat dan het restant van een haas, nadat
De schaduw van een vleugel over hem was gekomen,
De zigzagren door de klauwklem, de vlakke adem
Door een gerichte snavelstoot werd beëindigd. Lastig
Moet deze dood zijn geweest, op een winterse aarde
Weerloos verwrongen, de laatste stuiptrekking.
Wat van de slachting overbleef, hing in de takken,
Die zich niets herinneren, zoals omgekochte getuigen.
Het gras, al lang weer overeind, zorgt ervoor
Dat er op de lange duur enkel dit was hier, het hazenpad.



Translated by Jan H. Mysjkin


In: DWB, jrg. 145, nr. 3, juni 2000


© by Jan H. Mysjkin

Herde der Rede III

deutsch | Oswald Egger

Augen des Ahorn sind in mir, und der Ohrenweide
Hasel, die Süße vom Holundermond sind-ist in
meinem Mund. Und auch die Stille der Stechginster-
nacht, Weißpappelnacht, geheime Nacht der Eibe.
Unter dem Blätterdach eines Schlehdorns sitzt ein
Erlenbusch und singt.

Dreh Dich, Rede, dreh Dich wieder, und fang uns die
Füchse amaranth, die kleinen, Amaranth-roten Füchse.
Die hinter dem Ahornlaub eines vorab~hängenden
Astes lugten, Rißblättern wie Granatblühtfarbe vom
Schlafapfel deiner Schläfe Rosend-wann

© Suhrkamp Verlag Frankfurt am Main 1999
aus: Herde der Rede
Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag, 1999
ISBN: 3-518-12109-X
Audio production: 2000 M. Mechner, literaturWERKstatt berlin

Haarden van de rede III

niederländisch

Ogen van esdoorn zijn in mij, en de orenwilg, -weide
hazelaar, de zoete smaak van de vliermaan zijn-is in
mijn mond. En ook de stilte van de steekbrem-
nacht, witte abeelnacht, geheime nacht van de heemst.
Onder het bladerdak van een sleedoorn zit een
elzenstruik en zingt.



Translated by Jan H. Mysjkin


In: Deus ex Machina, nr. 94 - september 2000


© by Jan H. Mysjkin

Herde der Rede II

deutsch | Oswald Egger

Ich zum Beispiel war schon Knabe, Mädchen, Pflanze, Vogel
und Flut-enttauchender Fisch. Ich war erhaben
wie eine Zeder redete und wie eine Zypresse Zahn-
ragt in Alleen, flammend von Efeu und Phlox. Ich
war als eine Palme Hand-handelte, und als eine Rose
Oleander, der Ölbaum auf dem Feld, Anger und
Lilien, die silbern, Libellen, sind. Ich verströmte das
Aroma der Herbeiche, Ahorn und Holunder, Strauch-
Zimt und Minze von Asphalt, Platanen, Myrizen die-


die Tamarinden von Halbhölzern, Rhododendrien die
Harz-Narden und Rebrohr Astern die Scharlachbeeren
Gallapfel und Geißfeig-Wespen, Seckelklee und Weber-
kardel Hagebuch, die Linden, Pappeln, Nadelblumen
Jade und Laubzierraten, Mistel-fach, um

(›eines Tages, vielleicht sehr bald schon‹)

spaltbreit dieses Land-in-sich zusehends zu sein.

© Suhrkamp Verlag Frankfurt am Main 1999
aus: Herde der Rede
Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag, 1999
ISBN: 3-518-12109-X
Audio production: 2000 M. Mechner, literaturWERKstatt berlin

Haarden van de rede II

niederländisch

En... was al jongen, meisje, plant, vogel
en vloed-ontduikende vis. Ik was verheven
zoals een ceder spreekte en zoals een cypres tand-
rijst in lanen, vlammend door klimop en flox. Ik
was zoals een palm hand-handelde, en zoals een oleander
roos, de olijfboom op het veld, weiland en
lelies - die, gezilverd, libellen, zijn. Ik verspreidde het
aroma van bittereik, esdoorn en vlier, struik-
kaneel en asfaltmunt, platanen, myricea de-

de tamarinden van halfhout, rododendrons de
hars-nardus en druifriet asters de kermesbessen
galappels en geitenvijg-wespen, beursklaver en wever-
distel hagebok, de linden, populieren, naaldbloemen
jade en loofsieraden, mistel-voudig, om

                       (›op een dag, misschien al binnenkort‹)

zo breed als een kier dit land-in-zich zienderogen te zijn



Translated by Jan H. Mysjkin


In: Deus ex Machina, nr. 94 - september 2000


© by Jan H. Mysjkin

Herde der Rede I

deutsch | Oswald Egger

Jede Nacht, wenn ich Einschlaf suche (und mein Herz
wacht), pocht ein Bild an mein Kauern, in dem Wand-
entlang erscheinte ein Geraum, und ich denke bei mir
Bewandtnisse aus, Zustände, worin ich, mit anderen
Worten, sein kann. Was soll ich tun? Ich bin gefangen
in der Vorstellung bloß, diese-die sacht-Sachen der
siebenden, Wörter in einem dieser Lufträume überrasch
vielleicht aufzuwarten, Umstände-halber und gemach
›Zirkumstanzen‹, nacktwändige, aber warm-umarmt


oder die wiegende Berührung einer Wange in der
Kuhle meiner Hand. Ich bin ich, und schlafe,
vielleicht nur halb. Spüre spannwand meine Haut,
zwischen den Buch-weiten Geschweigezweigen weich
und saum umrindet, aufs Wort, der Rede interieur,
»aufs Jahr«, auf einem warmen Stein im Waldschatten
vielleicht der bloßen Inzision; Teppichbaum von
Strauchbuchen und Eich-heilige Hecksteige, das
Waalwasser und die Rotbeeren Weißdorn-Schlieren,


Windbüsche und Schrillt-Grillen wie Goldgras nick-
licht mild, auf Wermut-Wegen am Salwannenhain
der langenden Weile. Sogar Früh-Äpfel, die auf die
Wiese fielen schon des fliegenden Sommers, mit den
Himmelfaden Web-Verstrebungen, das dürr-frische
Heurad der blassen Einwart von Traumgesichten, die
mich ins Leben ruften, Worte, die wissen, und die
meerhellen Lichtmilchblüten von leuchtender
Sprenke aufs Mal decolletierter Achseln, ~höhlen.
Ich umarme dich, trabant, kann die Zeichnung deiner
Brüste atmen, die wie Schwalben sind, wie Spatzen
Spechteln sind, und schnubbere entlang der Nehrungen,
von Meeren verzehrt, ans beißende Ohr Flora, äsend,
Namen, Zaudern-das, tobende, Überwiegen von
Gezeiten, Zeit werden, im Geraumen ungemach, Un-
rufe vom Gestade her der Rede, litoral
(und der Atem atmet: UND UND)            ich ufere nicht, ich
überliefere (aber nur, um ungrund im Stillen zu versilben)

© Suhrkamp Verlag Frankfurt am Main 1999
aus: Herde der Rede
Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag, 1999
ISBN: 3-518-12109-X
Audio production: 2000 M. Mechner, literaturWERKstatt berlin

Haarden van de rede I

niederländisch

Fasen voor het versmelten van reeksen figuren,                                           
                              die aan het rustende oog voorbijtrekken

Elke nacht, wanneer ik naar inslapen zoek (en mijn hart
waakt), klopt een beeld aan mijn rollijf, aan 't muur-
langs verschijnte een geruim, en in mij verzin ik
ommuringen, toestanden, waarin ik met andere
woorden kan zijn. Wat moet ik doen? Ik ben alleen
maar gevangen in de voorstelling, deze-de zacht-zaken
van ziftende, woorden in één van deze luchtruimten overrass
wellicht op te wachten, omstandigheids-halve en bedaar
›circumstanza's‹, kaalmurige, maar warm-omarmd

of de wiegende voeling van een wang in de
koelte van mijn hand. Ik ben ik, en slaap,
wellicht maar half. Voel strakwand mijn huid,
tussen de beuk-wijde zwijgtwijgen zacht en zooms
omschorst, op het woord, het interieur van de rede,
»op het jaar«, op een warme steen in bosschaduw
wellicht de naakte inkerving; tapijtboom van
heesterbeuken en eik-heilige heggepaden,
slootwater en rode bessen witte meidoorn-slierten,

windstruiken en schril-krekels als gulden gras knik-
licht mild, op alsem-wegen aan 't beekkuipbosje
in 't verre veel. Zelfs vroege appels, die al
op 't grasland vielen van de spinselende zomer, met
hemeldraden web-bestrevingen, 't dor-frisse
hooiewiel de bleke binnenwaart van droomgezichten, die
me in het leven roepten, woorden, die weten, en de
zeehelle lichtmelkbloesems van glinsterende spikke
op de vlek van gedecolleteerde oksels, -holten.

Ik, trawant, omarm je, kan de tekening van je
borsten ademen, die als zwaluwen zijn, zoals mussen
spechten zijn, en snuvvel langs door zeeën verteerde
landtongen, aan het bijtende oor flora, grazend,
namen, draal-het, razende, overwiegen van
getijden, tijd worden, in 't geruim onbedaard, on-
getierd van riet of rede, litoral
(en de adem ademt: EN EN)     ik oever niet, ik
lever over (maar alleen om ongrond in stilte te greepletteren)



Translated by Jan H. Mysjkin


In: Deus ex Machina, nr. 94 - september 2000


© by Jan H. Mysjkin

Apfelspalten | Handteller, Regen.

deutsch | Oswald Egger

Klatschmond sind die Ackerschnecken Halbwege,
das graue Heurad, zügiger als stillt der Sommer sich,
und schwirrt ins dunkle Licht.

Sichtweit eine Malfülle von Grasperlen, und der leblos
lebendige Glastsaum zu häufigen, fluren Tropfkissen
aus Nesselmoos.

Am Ahorn hängt die Schaukel klamm und zwirn,
das Grummet dampft von Duft  -satt.

Und Saatkrah

warten die Hornraben Heimchen windstill

und die Schlupfwespen und Teichfliegen entflohen,
Vorhangfenster, die ins Stubenfreie führen, diese
Sparren verschwundener Nachmittage

im Schober vom Gehöft und vielleicht, Barfüße
im Sichelgras, einfächern jetzt und schneisen die
Melissen der Holunderblüten Blatt-naß vom
Prasseln der Rhabarber, die Schwarzerde

der Luft-stillen Mohn-Lachen Spiegelwolken,
Schleiern und Silg-lilien, die Sand-blauen
Lilienarme
    regenschwer | Lilien, die gluten.

© Suhrkamp Verlag Frankfurt am Main 1999
aus: Herde der Rede
Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag, 1999
ISBN: 3-518-12109-X
Audio production: 2000 M. Mechner, literaturWERKstatt berlin

Appelspleten | handpalmen, regen.

niederländisch

Klapmaan zijn de akkerslakken halfwegen,
't grijze hooiewiel, radder alsof zich de zomer stilt,
en gonst in het donkere licht.

In 't oogrond een kenvloed van grasparels, en de levenloos
levende glanszoom rond 't opgehoopt beemdse druppelkussen
van netelmos.

Aan de esdoorn hangt de schommel klam en tweern,
het nagras wasemt damp -zadig.
En zaadkraa

wachten de horenraven heimpjes windstil

en de sluipwespen en vijvervliegen ontvlucht,
gordijnraam, recht in 't vrije ruimvol, deze
spanten van verdwenen middagen

in de hooischuur van de hoeve en wellicht, barrevoeten
in het sikkelgras, uitwaaieren nu en sleuven de
melis van vlierbloesems blad-nat van
't gespat van rabarber, de zwarte aarde

van lucht-stille, klaproos-plasse spiegelwolken,
sluiers en zijg-lelies, de zand-blauwe
lelie-armen

doorregend | lelies, die gloeien.



Translated by Jan H. Mysjkin


In: Deus ex Machina, nr. 94 - september 2000


© by Jan H. Mysjkin